Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 1 maart 2022
Evides N.V.,
Jaro B.V.,
Het geding
Waar het in deze zaak over gaat
De feiten
Het geschil en de beslissing in eerste aanleg
De beoordeling in hoger beroep
“Er was een machine met een grote bak en rupsbanden die inde sloot aan het scheppen was, daarom heb ik baggerwerk gezegd.”(prod. 18 van Evides); en (iii) enkele foto's van de schadelocatie. Verder heeft Jaro een beroep gedaan op het navolgende. De schadeopnemer van Evides (de heer [schadeopnemer], hierna: [schadeopnemer]) heeft naar aanleiding van de storingsmelding een toedrachtsonderzoek verricht en heeft vastgesteld dat de schade is veroorzaakt door de graafmachine die te zien is op de foto's van prod. E1). Tegenover [schadeopnemer] is geen melding gemaakt van het feit dat de schade niet zou zijn veroorzaakt met die machine, maar met een andere, op dat moment niet aanwezige machine met een maaikorf. Evides verwijst in dit verband naar het door haar overgelegde handgeschreven schaderapport, dat [schadeopnemer] heeft opgesteld op de schadelocatie , productie A1. Op de schadelocatie is door [schadeopnemer] alleen een baggerbak ('aangepaste graafbak') aangetroffen. Volgens Evides is het veelzeggend dat (blijkens de notitie op p. 2 van het rapport) de machinist niet erg mededeelzaam was en dat hij het maar niks vond dat zijn machine werd gefotografeerd. Ook wijst Evides erop dat de foto’s van de schadelocatie tonen: (i) een graafmachine waarvan de rupsen vol bagger zitten en (ii) een nog natte graafbak; (iii) de sporen van die machine in het talud en (iv) een grote plas dunne bagger direct daarnaast in het maaiveld. Die baggersporen zijn volgens Evides essentieel omdat bagger onmogelijk uit de sloot kan worden 'opgeschept' met een maaikorf. Op grond hiervan kan worden aangenomen dat er daadwerkelijk baggerwerk is uitgevoerd, aldus Evides.
inde bodem van de sloot wordt geroerd. Verder verdient overweging dat de bewoonster door Evides niet als getuige is voorgebracht in het kader van haar bewijsopdracht.
inde bodem, waardoor niet zonder meer kan worden aangenomen dat de schade tijdens baggerwerkzaamheden (grondroeren) moet zijn ontstaan. Deze kan immers ook zijn ontstaan door maaiwerkzaamheden, waarbij de maaikorf over de bodem van de sloot wordt getrokken en daarbij de leiding (liggend op de bodem) kan hebben beschadigd.
het mechanisch verrichten van werkzaamheden in water valt eveneens onder ‘graafwerkzaamheden’ in de zin van de WION. Deze passage brengt echter niet mee dat daarbij iedere mechanische werkzaamheid in het water onder het toepassingsbereik van de WION wordt gebracht. Het zal moeten gaan om werkzaamheden “in de ondergrond” van het water. Het hof verwerpt ook het beroep op CROW 500. Die Richtlijn ziet weliswaar op werkzaamheden bij kabels en leidingen rond het water, maar ook voor de toepassing van die Richtlijn is nodig dat sprake is van graafwerkzaamheden in de zin van de WION. Het feit dat de door Jaro geraakte leiding in het water lag, betekent dus niet zonder meer dat de WION van toepassing is. Hetzelfde geldt voor het enkele feit dat bij Jaro het maaikorven van het natte profiel van de watergang vooraf gaat aan het baggeren. Maaikorven is naar zijn aard nu eenmaal een andere bewerking dan grondroeren. Bij maaikorven wordt, als gezegd, de maaikorf over de bodem van de sloot naar de kant getrokken, hetgeen duidelijk verschilt van het uitbaggeren van een sloot. Maaikorven kan ook onafhankelijk van baggeren plaatsvinden. Het stappenplan op de site van Jaro waarin het - in de agrarische wereld gebruikelijke - 'keukentafelgesprek’ voor komt, maakt dit alles niet anders.
“Indien u (Jaro, hof) deze gegevens alsnog wilt ontvangen, kunt u hiertoe een verzoek indienen via het mailadres graafmeldingen@evides.nl. Hierbij dient u de adressen van de gewenste aansluitgegevens te vermelden. U zult dan de gegevens binnen 5 werkdagen ontvangen”.Door Evides is niet voldoende toegelicht waarom het in 2017 nog niet mogelijk was om de gegevens over alle relevante huisaansluitingen geautomatiseerd beschikbaar te maken, zodat die complete informatie (inclusief alle relevante huisaansluitingen) in één keer kon worden bijgesloten naar aanleiding van een KLIC-melding. Als dit toen (in 2017) in redelijkheid nog steeds niet mogelijk was, is verder niet toegelicht waarom in de betreffende brief dan niet een voldoende indringende waarschuwing kon worden gegeven dat het (alsnog) aanvragen van de bedoelde (aanvullende) informatie van belang was voor het veilig kunnen gaan verrichten van werkzaamheden waarvoor geen KLIC-melding nodig was, zoals de door Jaro uitgevoerde maaiwerkzaamheden.