Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHDHA:2021:2934

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
30 maart 2021
Publicatiedatum
7 maart 2024
Zaaknummer
200.227.424/01
Instantie
Gerechtshof Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aansprakelijkheid voor brandschade door ontplofte gascontainers aan boord van containerschip

In deze civiele zaak staat de aansprakelijkheid centraal voor brandschade veroorzaakt door ontplofte gascontainers aan boord van een containerschip. De vordering is ingesteld door de bevrachter tegen de afzender van de gascontainers. Een belangrijk geschilpunt is of een verkeerde stuwage mede heeft bijgedragen aan het ontstaan van de brand.

Het hof verwijst naar een eerder tussenarrest waarin de onderzoeksvragen voor de deskundigen zijn geformuleerd en twee deskundigen zijn benoemd. Na dit tussenarrest hebben de deskundigen elk een kostenbegroting opgesteld voor het voorschot op hun onderzoekskosten, waar partijen mee hebben ingestemd.

Het hof stelt het voorschot vast op €31.375,- en bepaalt dat iedere partij de helft moet voldoen. De zaak wordt verwezen naar een latere datum voor het indienen van het deskundigenbericht, met de mogelijkheid voor de deskundigen om uitstel te verzoeken. Verder worden alle overige instructies uit het eerdere tussenarrest gehandhaafd.

Deze uitspraak betreft een procedurele beslissing over de voortgang van het deskundigenonderzoek en de financiële regeling daarvan, zonder inhoudelijke beoordeling van de aansprakelijkheid zelf.

Uitkomst: Het hof bepaalt het voorschot voor het deskundigenonderzoek op €31.375,- en verwijst de zaak naar een latere datum voor het deskundigenbericht.

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Afdeling Civiel recht
Zaaknummer : 200.227.424/01
Zaaknummer rechtbank : C/10/434781/HA ZA 13-1039
arrest van 30 maart 2021
inzake
Airgas USA LLC,
gevestigd te Radnor, Pennsylvania, Verenigde Staten van Amerika,
appellante,
hierna te noemen: Airgas,
advocaat: mr. M. Verhagen te Rotterdam,
tegen
Universal Africa Lines Ltd.,
gevestigd te Limassol, Cyprus,
geïntimeerde,
hierna te noemen: UAL,
advocaat: mr. M.M. van Leeuwen te Rotterdam.

1.Het verdere verloop van geding in hoger beroep

Het hof verwijst naar het tussenarrest van 10 november 2020. Na dit tussenarrest hebben de daarin benoemde deskundigen ieder een kostenbegroting voor het voorschot opgesteld. Partijen hebben zich met die begrotingen akkoord verklaard.

2.De verdere beoordeling

2.1
In het tussenarrest van 10 november 2020 heeft het hof onder 2.4 de aan de deskundigen voor te leggen onderzoeksvragen geformuleerd en C.M.M. van der Zande (hierna: Van der Zande) en L.P. Masson (hierna: Masson) als deskundigen benoemd. In het tussenarrest was nog geen voorschot bepaald.
2.2
Van der Zande heeft ten behoeve van het te betalen voorschot zijn kosten begroot op € 15.000,- (exclusief BTW) en Masson heeft op £14.000 (omgerekend € 16.375,- naar de koers van 18 maart 2021). Zoals door Masson is vermeld in zijn ook aan partijen gestuurde e-mail, is het door hem begrote bedrag inclusief de kosten van een door hem door de beantwoording van vraag 1 aan te trekken subcontractor. Beide partijen hebben met deze kostenbegrotingen en – naar het hof begrijpt – de door Masson vermelde werkwijze ingestemd.
2.3
Het hof brengt in herinnering dat, zoals in het vorige tussenarrest is bepaald, iedere partij de helft van het voorschot dient te voldoen, waartoe partijen een factuur van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak (LDCR) met betaalinstructies ontvangen. Het voorschot moet uiterlijk vier weken na factuurdatum zijn voldaan. De deskundigen zullen niet met het onderzoek starten voordat de griffier heeft laten weten dat het voorschot is betaald.
2.4
Gelet op het tijdsverloop sinds het vorige tussenarrest, zal het hof, in afwijking van het vorige tussenarrest, de zaak naar een latere roldatum verwijzen voor het indienen van het deskundigenbericht.
2.5
Voor het overige blijven de instructies met betrekking tot het verloop van het deskundigentraject ongewijzigd. Het hof verwijst daarvoor naar het tussenarrest van 10 november 2020.

3.Beslissing

Het hof:
bepaalt het voorschot voor de door de in het tussenarrest van 10 november 2020 benoemde deskundigen op € 31.375,-;
verwijst de zaak naar de rol van 29 juni 2021 voor deskundigenbericht. Indien de deskundige(n) hun schriftelijk bericht niet vóór die datum kunnen deponeren, dienen de deskundigen uiterlijk twee weken voor deze datum aan de, hierna te noemen, raadsheer-commissaris te verzoeken om een nadere datum voor het deponeren van het deskundigenbericht, via de griffie handel van dit hof (Postbus 20302, 2500 EH Den Haag, P2-267A);
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. B.J. Lenselink, J.M. van der Klooster en F.G.M. Smeele en is ondertekend en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer mr. J.E.H.M. Pinckaers op 30 maart 2021 in aanwezigheid van de griffier.