De zaak betreft een hoger beroep over het ontslag op staande voet van een horecamanager bij Rumi B.V. op 2 februari 2019 na een woordenwisseling met de eigenaar. Het hof bevestigt dat de werknemer duidelijk begreep dat hij per direct was ontslagen, ondanks zijn stelling dat hij slechts op non-actief was gesteld.
De bewijsvoering berustte vooral op de schriftelijke en mondelinge verklaringen van een kok die het incident meemaakte en bevestigde dat de eigenaar de werknemer meerdere malen de deur wees. De werknemer betwistte de betrouwbaarheid van deze verklaring, maar het hof verwierp deze bezwaren als onvoldoende.
Daarnaast stond ter discussie welk uurloon was overeengekomen. De werknemer claimde een netto uurloon van €15,-, terwijl de kantonrechter uitging van €11,36. Het hof oordeelde dat de werknemer onvoldoende bewijs leverde van een hogere loonafspraak en handhaafde het lagere loon.
Het hof vernietigde slechts het deel van de beschikking over de wettelijke verhoging van de loonsom en matigde deze naar 25%. De overige beslissingen van de kantonrechter werden bekrachtigd. De werknemer werd veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.