ECLI:NL:GHDHA:2021:1917
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen faillietverklaring Tandprothetisch Centrum Ridderkerk B.V. afgewezen wegens onvoldoende vorderingsrecht
Tandprothetisch Centrum Ridderkerk B.V. (TCR) is door de rechtbank Rotterdam failliet verklaard op verzoek van een voormalige zzp-er, [appellant]. TCR kwam in hoger beroep tegen deze faillietverklaring en betwistte het vorderingsrecht van de aanvrager en de toestand van het niet meer kunnen betalen van schulden.
De rechtbank had geoordeeld dat summierlijk was gebleken van het vorderingsrecht en dat TCR was opgehouden met betalen. TCR stelde dat alle vorderingen voldaan waren en dat zij juist een vordering op de aanvrager had wegens onder meer ontvreemding van goederen en het bedienen van klanten na het einde van de opdracht.
Het hof oordeelde dat het bestaan van het vorderingsrecht van de aanvrager niet summierlijk was vastgesteld. Er waren discrepanties tussen de facturen en de overzichten, onduidelijkheden over de declaraties en onvoldoende onderbouwing van verrekeningsrechten door TCR. Ook was niet aangetoond dat TCR niet betaalde. Het hof vernietigde het vonnis en wees het faillissementsverzoek af.
Daarnaast mat het hof de curatorvergoeding en legde de faillissementskosten en het salaris van de curator ten laste van de aanvrager. Het hof vond dat het risico van onnodige faillissementskosten bij de aanvrager lag, omdat hij niet had gekozen voor een bodemprocedure om de vordering te betwisten.
De uitspraak bevestigt dat in faillissementsprocedures het vorderingsrecht summier moet blijken en dat complexe geschillen beter in een bodemprocedure behandeld worden.
Uitkomst: Het hoger beroep leidt tot vernietiging van het faillissementsvonnis en afwijzing van het faillissementsverzoek wegens onvoldoende bewijs van het vorderingsrecht.