Uitspraak
wonende te [woonplaats],
beide gevestigd te Amsterdam,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
De rechtbank heeft [verzoeker] bij verstek failliet verklaard.
4.Beslissing
7 maart 2014.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze zaak ging het om een verzoek tot faillietverklaring van [verzoeker] op grond van een verstekvonnis dat hem veroordeelde tot betaling van werknemerspremies aan de stichtingen. Tegen dit vonnis was verzet ingesteld dat nog niet was beslist toen het hoger beroep werd gesloten. De rechtbank verklaarde [verzoeker] bij verstek failliet, maar vernietigde dit vonnis later in het verzet en verklaarde de stichtingen niet-ontvankelijk, omdat volgens de rechtbank onvoldoende was gebleken dat [verzoeker] personeel in dienst had.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en bekrachtigde kennelijk het faillissementsvonnis, stellende dat het vorderingsrecht van de stichtingen voldoende bleek uit het verstekvonnis. [Verzoeker] betoogde dat het hof het verweer dat het vonnis geen stand zou houden onvoldoende had gemotiveerd verworpen, omdat het vonnis zonder tegenspraak was gewezen en het verzet nog openstond.
De Hoge Raad overwoog dat voor het uitspreken van faillissement op grond van art. 6 lid 3 Fw Pro summierlijk moet blijken dat het vorderingsrecht bestaat, maar dat een verstekvonnis niet zonder meer kan worden aangenomen als juist indien daartegen verzet is ingesteld en er feiten zijn waarmee geen rekening is gehouden. De rechter moet deze stellingen betrekken bij zijn oordeel. Het hof had dit verweer ten onrechte aan zich voorbij laten gaan en zijn motivering was onvoldoende.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het hof en verwees de zaak naar het gerechtshof Den Haag voor verdere behandeling en beslissing. Tevens werden de stichtingen veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het gerechtshof Den Haag voor verdere behandeling.