Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 16 september 2021
[X] te [Z] , belanghebbende,
de heffingsambtenaar van de gemeente Rijswijk , de Heffingsambtenaar,
Procesverloop
Feiten
Oordeel van de Rechtbank
Beoordeling van het geschil
Gerechtshof Den Haag
Belanghebbende is geconfronteerd met meerdere naheffingsaanslagen parkeerbelasting opgelegd door de gemeente Rijswijk wegens parkeren zonder geldige vergunning op gereguleerde parkeerplaatsen. Hoewel belanghebbende feitelijk woonde in de gemeente, stond hij niet ingeschreven op het woonadres en beschikte hij daardoor niet over een bewonersvergunning.
Belanghebbende diende bezwaar in tegen de naheffingsaanslagen, maar dit werd door de heffingsambtenaar niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding voor de aanslagen tot en met 29 oktober 2019. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en het hof bevestigde deze uitspraak in hoger beroep.
Het hof oordeelde dat de naheffingsaanslagen rechtsgeldig bekend zijn gemaakt door aanbrengen op het voertuig en dat de bezwaartermijnen correct zijn aangevangen. De stelling van belanghebbende dat hij beschermd zou zijn tegen naheffingsaanslagen vanwege het ontbreken van inschrijving werd verworpen omdat deze aanslagen bestuursrechtelijk zijn en geen strafrechtelijke boetes betreffen.
Verder stelde het hof dat het ontbreken van een parkeervergunning het risico van het betalen van parkeerbelasting bij de parkeerder legt, ongeacht de achterliggende problemen met de inschrijving. Het hof achtte zich niet bevoegd om te oordelen over de toekenning van een vergunning of terugwerkende kracht daarvan.
De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd, en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt dat de naheffingsaanslagen parkeerbelasting terecht zijn opgelegd en verklaart het bezwaar tegen de aanslagen tot en met 29 oktober 2019 niet-ontvankelijk.