Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
beschikking van 16 februari 2021
[verzoeker] ,
de Staat der Nederlanden (Ministerie van Justitie en Veiligheid),
Het geding
- het procesdossier uit de eerste aanleg;
- het beroepschrift, door het hof per fax ontvangen op 3 juni 2020 en per post op 5 juni 2020;
- het verweerschrift, door het hof ontvangen op 24 september 2020.
Beoordeling van het hoger beroep
grieven 1, 2 en 3komen op tegen het oordeel van de rechtbank dat het verzoek van [verzoeker] ertoe strekt bewijs te verzamelen voor de strafrechtelijke en civielrechtelijke procedures waarin [verzoeker] betrokken is geweest. [verzoeker] voert aan dat het hem erom gaat te bezien of hij door middel van getuigenbewijs kan aantonen dat door of onder verantwoordelijkheid van de Staat bepaalde onrechtmatige daden tegen hem zijn gepleegd. Met
grief 4komt [verzoeker] op tegen het oordeel dat een voorlopig getuigenverhoor er niet toe strekt in het algemeen belang getuigen te horen. Met
grief 5voert [verzoeker] aan dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat de strafrechtelijke veroordeling van Jasper S. dwingende bewijskracht heeft. [verzoeker] voert aan dat hij deze veroordeling nu juist op goede gronden in twijfel trekt. Het is [verzoeker] om het even of Jasper S. een gevangenisstraf ondergaat voor een feit dat hij volgens [verzoeker] niet kan hebben gepleegd. [verzoeker] wil slechts bewijzen dat de Staat/het Openbaar Ministerie al in 1999 heeft gelogen over de ware toedracht van de moord op [naam] , deze in de doofpot heeft gestopt, en dat in dat proces verschillende leugens zijn verkondigd en ambtsmisdrijven zijn gepleegd.
niet met een bewezenverklaring geëindigdestrafzaak blijkt van de onschuld van de gewezen verdachte en het – achteraf bezien – ongefundeerd zijn van de verdenking waarop het optreden van politie en justitie berustte (laatstelijk HR 25 september 2020, ECLI:NL:HR:2020:1526).
niet met een bewezenverklaring geëindigdestrafzaken. [verzoeker] is wel veroordeeld, zodat van die situatie geen sprake is. In de situatie waarin door de strafrechter een veroordeling is uitgesproken laat het gesloten stelsel van rechtsmiddelen in strafzaken geen ruimte voor een getuigenverhoor dat in de kern ertoe strekt aan te tonen dat die veroordeling onjuist is.
Beslissing
- verwerpt het beroep en bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Den Haag van 5 maart 2020;
- veroordeelt [verzoeker] in de kosten van het geding in hoger beroep aan de zijde van de Staat begroot op € 332,- aan griffierecht en € 2.148,- aan kosten van de advocaat.