Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 18 mei 2021
ING Bank N.V.,
[geïntimeerde] ,
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
Beslissing
- bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 15 mei 2019;
- veroordeelt de bank in de kosten van het geding in hoger beroep, aan de zijde van [geïntimeerde] tot op heden begroot op € 741,00 aan verschotten en € 6.093,00 aan salaris advocaat, en bepaalt dat deze bedragen binnen veertien dagen na de dag van deze uitspraak moeten zijn voldaan, bij gebreke waarvan de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro verschuldigd is vanaf het einde van voormelde termijn tot aan de dag der algehele voldoening;
- verklaart dit arrest ten aanzien van de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.