ECLI:NL:GHDHA:2020:893
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Afwijzing partneralimentatie wegens grievend gedrag en kinderontvoering
Partijen zijn in 2003 gehuwd en hebben een minderjarige geboren in 2015. De echtscheiding werd uitgesproken en ingeschreven in januari 2020. De vrouw had de minderjarige in februari 2019 zonder toestemming van de man in Brazilië achtergehouden, wat leidde tot een kinderontvoeringsprocedure. De minderjarige werd in september 2019 door een Braziliaanse rechter teruggeleid naar Nederland en aan de man toegewezen.
De vrouw verzocht om partneralimentatie, welke door de rechtbank was afgewezen. In hoger beroep vorderde zij alsnog een bijdrage in haar levensonderhoud. De man voerde aan dat het grievende gedrag van de vrouw, waaronder het onrechtmatig achterhouden van het kind, de lotsverbondenheid had verbroken, waardoor hij niet tot alimentatie gehouden was.
Het hof oordeelde dat de vrouw willens en wetens de minderjarige onrechtmatig in Brazilië had achtergehouden en de man en het kind van contact had afgesloten, wat als zeer grievend werd beoordeeld. Dit leidde tot de conclusie dat de lotsverbondenheid was verbroken en partneralimentatie niet langer redelijk was.
Daarnaast werd het verzoek van de man om geen kinderalimentatie meer te betalen vanaf 1 oktober 2019 toegewezen, gezien de terugkeer van het kind naar Nederland en de zorg door de man. De vrouw werd veroordeeld in de proceskosten van het principaal hoger beroep, terwijl in het incidenteel hoger beroep de kosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot partneralimentatie af wegens grievend gedrag van de vrouw en beëindigt kinderalimentatie vanaf 1 oktober 2019.