Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
3.Beoordeling
Wijziging/aanvulling eis
Gerechtshof Den Haag
De zaak betreft een geschil tussen Koninklijke De Kuyper B.V. en een werknemer die na beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst bij De Kuyper een dienstverband wilde aangaan bij concurrent Bacardi. De arbeidsovereenkomst bevatte een concurrentiebeding dat de werknemer verbood om gedurende 12 maanden na beëindiging bij concurrerende ondernemingen werkzaam te zijn.
De werknemer had de arbeidsovereenkomst opgezegd en wilde per 1 oktober 2019 bij Bacardi in dienst treden. De Kuyper stelde de werknemer op non-actief en vorderde een verbod op indiensttreding bij Bacardi, met een dwangsom bij overtreding. De kantonrechter verbood de werknemer tot 1 februari 2020 bij Bacardi te werken, waarna het concurrentiebeding werd geschorst.
In hoger beroep vorderde De Kuyper een verbod tot 1 oktober 2020 met een hogere dwangsom. Het hof oordeelde dat het concurrentiebeding rechtsgeldig is en dat de werknemer over concurrentiegevoelige informatie beschikt die ook bij e-commerce werkzaamheden een oneerlijk voordeel oplevert. Het hof beperkte het verbod tot 5 september 2020, één jaar na feitelijke beëindiging van werkzaamheden, en stelde de dwangsom vast op maximaal €35.000.
De vordering tot vergoeding aan de werknemer wegens beperking van zijn werkzaamheden werd afgewezen omdat onvoldoende aannemelijk was dat het beding hem ernstig belemmert. De werknemer werd veroordeeld in de kosten van beide instanties. Het arrest is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Werknemer wordt verboden tot 5 september 2020 bij Bacardi in dienst te treden met een dwangsom van maximaal €35.000.