Uitspraak
Afdeling Civiel recht
arrest van 28 januari 2020
H&M HENNES & MAURITZ NETHERLANDS B.V.,
de vennootschap naar Duits recht ADIDAS AG,
Het geding
- namens H&M op 23 januari 2019 een akte houdende in het geding brengen van aanvullende producties ten behoeve van pleidooi alsmede houdende nader bewijsaanbod, met producties 30 tot en met 48, op 30 januari 2019 producties 49 en 50 (kostenoverzicht) en op 12 februari 2019 producties 36, (tweede deel), 51 (geactualiseerd kostenoverzicht) en 52;
- namens adidas op 30 januari 2019 producties 32 tot en met 35 (proceskostenoverzicht), op 31 januari 2019 producties 36 tot en met 41 en op 12 februari 2019 een aanvullend proceskostenoverzicht.
Beoordeling van het hoger beroep
“stelt, voor zover nodig, op de voet van artikel 50, lid 6 van het zogenaamde TRIPS-verdrag de termijn waarbinnen eiseressen een bodemprocedure zullen moeten aanhangig maken vast op 1 jaar, te rekenen vanaf de datum van dit vonnis;”
“Nu door Adidas c.s. een bodemprocedure aanhangig is gemaakt, is het niet nodig in het arrest een termijn als bedoeld in artikel 1019i Rv op te nemen”.
gesteldeinbreuk en dreiging van inbreuk onder andere plaatsvonden en -vinden in het arrondissement Den Haag, waar zij kleding verkoopt. Zij heeft wel betwist dat er (nog) sprake is van een (concrete) inbreuk(dreiging) en dat adidas voldoende belang heeft bij een verbod. Of dat zo is, zal hierna aan de orde zal komen.
Het hof heeft in zijn arrest niet op grond van artikel 1019i lid 1 Rv een redelijke termijn gesteld voor het instellen van de eis in de hoofdzaak. Op grond van artikel 1019i lid 2 Rv dient adidas derhalve binnen de termijn van 31 dagen, waarvan ten minste 20 werkdagen, de eis in de hoofdzaak in te stellen om te voorkomen dat de voorlopige voorziening van het hof Arnhem-Leeuwarden zijn werking zou verliezen. Deze dagvaarding is de eis in de hoofdzaak en is tijdig ingesteld”
adidas was genoodzaakt deze procedure aanhangig te maken om te voorkomen dat de voorlopige voorziening van het hof haar kracht zou verliezen”.
indienH&M door het op de markt brengen van de Work Out-kleding inbreuk heeft gemaakt op de ingeroepen merkrechten van adidas. In zoverre falen deze grieven. H&M bestrijdt immers dat die kleding inbreuk maakt en is niet bereid een onthoudingsverklaring te tekenen. Zij heeft die kleding niet meer op de markt kunnen brengen omdat dat haar is verboden door de rechter. H&M heeft zich verweerd tegen een algemeen verbod op het gebruik van twee-strepen, omdat haar dat onredelijk zou beperken bij het in de toekomst op de markt brengen van kleding met twee strepen; zij wil (niet-inbreukmakende) kleding met twee strepen kunnen aanbieden.
“visueel min of meer”in kenmerk V en tegen de samenvatting van de merken.
hetdrie-strepenmerk’, maar vooral over de vraag wanneer sprake is van inbreuk door een ‘twee-strepenteken’ en over omvang en omschrijving van het inbreukverbod. Daar het hof, zoals blijkt uit hetgeen hierna in rechtsoverweging 25 e.v. wordt overwogen, van oordeel is dat de Work Out-kleding niet aangemerkt kan worden als een hiervoor omschreven twee-strepenteken dat volgens adidas inbreuk maakt en niet valt onder het verbod, zoals door adidas beperkt, is niet relevant of de rechtbank de merken mocht samenvatten en zo, ja of zij dat op juiste wijze heeft gedaan.
visueel min of meer”in kenmerk V van de omschrijving van ‘het drie-strepenmerk’ door de rechtbank. Uit de merkregistraties blijkt naar het oordeel van het hof dat de tussenruimtes tussen de strepen gelijk zijn aan de breedte van de strepen. Adidas heeft in eerste aanleg ook niet gesteld dat dit anders zou zijn. Zij stelde dat het drie-strepenmerk bestaat uit drie verticaal en parallel lopende strepen van gelijke breedte en dat voor de breedte van de tussenruimte tussen de strepen geldt dat de strepen op gelijke afstand van elkaar staan. In dit hoger beroep stelt adidas wel dat uit de verschillende merkinschrijvingen niet volgt wat de exacte tussenruimte tussen de strepen is en dus een kenmerk van alle merken volgens de merkregistraties is dat de tussenruimtes een breedte hebben die
visueel min of meergelijk is aan de breedte van de strepen. Dit verdraagt zich naar het oordeel van het hof slecht met de stelling dat de merken tezamen kunnen worden aangeduid als ‘het drie-strepenmerk’. Dat lijkt alleen mogelijk als de merken gelijk en niet min of meer gelijk zijn. Het hof merkt op dat uit het arrest van het Gerecht in de zaak adidas c.s./EUIPO van 19 juni 2019 (T-307/17, ECLI:EU:T:2019:427) valt af te leiden dat adidas zelf meent dat haar (gebruikte) merken gelijk zijn aan het in die zaak aan de orde zijnde (inmiddels nietig verklaarde) beeldmerk
. Ook in dit teken zijn naar het oordeel van het hof de tussenruimtes gelijk aan de breedte van de strepen.
meervoudigeherhaling ontbreekt; er is slechts sprake van een enkelvoudige herhaling van de streep. In aanmerking nemende dat een streep op zichzelf en ook een willekeurige combinatie van twee strepen zo eenvoudig en banaal is dat die geen onderscheidend vermogen heeft, zijn de strepen op zichzelf slechts in geringe mate bepalend voor het totaalbeeld van de merken en het teken, maar is het de specifieke combinatie van de strepen en de tussenruimtes (het patroon) die (dat) het totaalbeeld bepaalt. Hieraan staat niet in de weg dat de merken zijn ingeburgerd, daar het publiek, dat (zoals H&M uitvoerig heeft onderbouwd en adidas niet gemotiveerd heeft betwist) gewend is aan strepen op kleding, daardoor slechts de specifieke “adidas-combinatie” van strepen en tussenruimtes als merk is gaan percipiëren. Daar de “adidas-combinatie” van strepen en tussenruimtes in de merken en het teken op de Work Out-kleding relevant afwijken (het aantal strepen, de breedte van de tussenruimtes en de gevolgen daarvan voor het totaalbeeld) is het hof van oordeel dat slechts sprake is van een zeer geringe mate van overeenstemming tussen de merken en het teken.
- rapport van oktober 2004 van [A1] over Perfetto- en Marca-kleding (productie 11 adidas);
- rapport van mei 2006 van Ivomar over Scapa-kleding (productie 12 adidas);
- rapport van oktober 2012 van Kien over Marca-kleding (productie 13 adidas);
- rapport van mei 2015 van Kien over Marca- en de Work Out-kleding (productie en 14 adidas);
- rapport van juni 2018 van Kien over de Work Out-kleding (productie 26 adidas).
Hieronder staat een lijstje met merknamen van sport- en vrijetijdskleding. Kunt u aangeven van welk merk de (sport)kleding van de afbeelding afkomstig is?”is het hof van oordeel dat deze vraag zodanig sturend is (zeker na de eerdere vragen die zijn gesteld) dat de resultaten daarvan buiten beschouwing moeten blijven. Als slechts de antwoorden op de vragen 3
“Weet u misschien van wie deze (sport)kleding afkomstig is of heeft u geen idee ?”en 4
“Waarom denkt u daaraan?In aanmerking genomen worden, resteren percentages van 25,3 (93 van 367) en 27,7 (108 van 390). Vergelijk ook [X] in zijn commentaar op het Kien-rapport 2018 van 21 januari 2019 (productie 40 H&M), die uitkomt op 25,4 %. Hierbij is geen rekening is gehouden met het marktleiderseffect en andere kritiek, zoals de keuze voor de getoonde afbeelding van een sportende “crunchende” persoon, terwijl adidas vooral bekend is als sportmerk en bij crunchen de strepen iets lijken uit te rekken. Op grond van hetgeen hierna wordt overwogen gaat het hof uit van een aanzienlijk marktleiderseffect.
- rapport van RenM / Matrix – hierna: RenM – van september 2016 (productie 3 H&M) en een verklaring van [HM1] van RenM van 26 april 2018 (productie 28 H&M) naar aanleiding van door de rechtbank uit dit rapport getrokken conclusies;
- rapport van Attention Architects – hierna AA – van januari 2019 (productie 42 H&M);
- rapport van Jes marketing + Onderzoek van januari 2019 (productie 43 H&M).
zou het kledingstuk volgens u van een van de onderstaande merken kunnen zijn en zo ja, van welk dan?,waarbij de respondent een lijstje is getoond van negen merken, door 24% van de respondenten adidas is geantwoord (zie pagina’s 10 en 20 van het rapport), afgeleid dat uit dit marktonderzoek een percentage van 24% naar voren komt van respondenten die antwoorden dat het twee-strepenteken afkomstig is van adidas.
subitizing(herkenning)) en de uitvoering, buiten beschouwing voor zover daaruit zou blijken dat het publiek adidas- en niet-adidas-kleding goed kan onderscheiden. Hetzelfde geldt voor het rapport van [X] “How people recognize “Two versus Three Stripes” (productie 38 H&M), waarin hij concludeert: “
Seeing the difference between 2 and 3 stripes is similar to seeing the difference between green and red: it is direct, immediate and automatic”. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, kan niet worden aangenomen dat daaruit voldoende relevante conclusies kunnen worden getrokken voor de in casu te beantwoorden vraag naar verwarringsgevaar, zoals dat begrip juridisch en normatief moet worden uitgelegd.