Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 7 april 2020
Stedin B.V.,
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep in het principaal en het incidenteel appel
Beslissing
- bekrachtigt het tussen partijen gewezen vonnis van de rechtbank Rotterdam van 23 augustus 2017;
- veroordeelt Beens in de kosten van het geding in hoger beroep in het principaal appel, aan de zijde van Stedin tot op heden begroot op € 1.978,- aan verschotten en € 1.074,- aan salaris advocaat;
- veroordeelt Stedin in de kosten van het geding in hoger beroep in het incidenteel appel, aan de zijde van Beens tot op heden begroot op € 853,50 aan salaris advocaat nog te verhogen met € 82,- indien niet binnen veertien dagen na aanschrijving in der minne aan dit arrest is voldaan en vervolgens betekening van dit arrest heeft plaatsgevonden, en bepaalt dat deze bedragen binnen 14 dagen na de dag van de uitspraak dan wel, wat betreft het bedrag van € 82,--, na de datum van betekening, moeten zijn voldaan, bij gebreke waarvan deze bedragen worden vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf het einde van genoemde termijn van 14 dagen;
- verklaart dit arrest ten aanzien van de kostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.