ECLI:NL:GHDHA:2020:472
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over onredelijke weigering instemming beoordelingssysteem DXC
In deze zaak staat het geschil centraal over de weigering van de gemeenschappelijke ondernemingsraad (GOR) van DXC Technology B.V. en iSoft Nederland B.V. om in te stemmen met twee voorgenomen besluiten van DXC betreffende de wijziging van het performance management en rating systeem. DXC had om instemming gevraagd voor de digitalisering van het beoordelingsformulier en de invoering van een uniform vierpuntsratingsysteem ter vervanging van het bestaande vijfpuntsysteem.
De GOR stelde dat de wijzigingen onderdeel zijn van een groter beoordelings- en beloningssysteem en dat de voorstellen onvolledig zijn, met onduidelijkheid over budgetten en mogelijke negatieve gevolgen voor medewerkers. De kantonrechter had eerder geoordeeld dat de weigering van de GOR onredelijk was en gaf DXC vervangende toestemming.
Het hof oordeelt dat DXC een redelijk belang heeft bij de uniformering en digitalisering van het beoordelingssysteem, en dat de bezwaren van de GOR onvoldoende concreet en zwaarwegend zijn. De vrees voor negatieve effecten door de invoering van een zelfevaluatie en een nieuw ratingsysteem wordt niet aannemelijk geacht. Ook de onduidelijkheid over de koppeling met salarisverhogingen weegt niet zwaar, omdat budgetten ontbreken en toekomstige wijzigingen aan de GOR zullen worden voorgelegd.
Daarom wordt de beschikking van de kantonrechter bekrachtigd en het verzoek van de GOR tot schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad afgewezen. Er worden geen kosten aan de GOR opgelegd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking dat de ondernemingsraad onredelijk handelde door geen instemming te verlenen en wijst het verzoek tot schorsing af.