ECLI:NL:GHDHA:2020:2552
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- J.T. Sanders
- U.E. Tromp
- W.M.G. Visser
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging navorderingsaanslag en toekenning proceskosten in belastingzaak
Belanghebbende diende voor het jaar 2014 een aangifte inkomstenbelasting in met aftrekposten voor zorgkosten en kosten levensonderhoud kinderen. De Inspecteur legde een navorderingsaanslag op waarbij deze aftrekposten werden geschrapt. De Rechtbank vernietigde deze navorderingsaanslag wegens ambtelijk verzuim, omdat de Inspecteur ten tijde van de definitieve aanslag reeds voldoende informatie had om nader onderzoek te verrichten maar dit niet deed.
De Inspecteur stelde in hoger beroep dat sprake was van een nieuw feit dat navordering rechtvaardigde en dat er geen ambtelijk verzuim was. Het Hof oordeelde dat de Inspecteur onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat aan de vereisten voor navordering was voldaan en bevestigde het oordeel van de Rechtbank. Tevens werd de Inspecteur veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende.
Belanghebbende had tevens een vergoeding voor immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn van behandeling gevorderd, welke door de Rechtbank werd toegekend. Het Hof handhaafde de proceskostenveroordeling en legde het griffierecht voor het hoger beroep bij de Inspecteur.
De uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldig en tijdig onderzoek door de Inspecteur en bevestigt dat navordering niet kan worden gehandhaafd indien sprake is van ambtelijk verzuim. De bewijsstukken van belanghebbende werden niet op voorhand als ongeloofwaardig bestempeld.
Uitkomst: Het Hof bevestigt de vernietiging van de navorderingsaanslag en veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten.