Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Afdeling Civiel recht
1.Het verloop van het geding
2.Inleiding
HOOFDSTUK II
Gerechtshof Den Haag
In deze zaak stond de vraag centraal of er sprake was van samenloop tussen de aanvullende zorgverzekeringen van Zorg en Zekerheid (ZZ) en de reisverzekeringen van Nationale-Nederlanden (NN) over de periode 1997-2013. ZZ vorderde betaling van een deel van de kosten die zij had voorgeschoten aan verzekerden die ook een reisverzekering bij NN hadden. De rechtbank wees de vordering af omdat de reisverzekeringen slechts het excedent dekken.
In hoger beroep heeft het hof de feiten van de rechtbank overgenomen en uitgebreid onderzocht of de vordering van ZZ niet verjaard was. Het hof oordeelde dat de verjaring van de vordering over de jaren 2007-2013 door stuiting door brieven van ZZ was onderbroken, waardoor deze vordering tijdig was ingediend.
Het hof bevestigde dat de polisvoorwaarden van NN duidelijk maken dat de reisverzekeringen alleen dekking bieden voor medische kosten voor zover deze niet onder de aanvullende zorgverzekering vallen, dus slechts het excedent. Hierdoor is geen sprake van samenloop in de zin van artikel 7:961 BW Pro. ZZ's stelling dat vrijwel iedereen een zorgverzekering heeft en daarom sprake zou zijn van dubbele dekking, faalde omdat de polisvoorwaarden juist uitsluiten dat de reisverzekering dezelfde schade dekt.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde ZZ in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering van ZZ af en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank.