Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 30 september 2020
[X] te [Z] , belanghebbende,
Procesverloop
Vaststaande feiten
Oordeel van de Rechtbank
Ontvankelijkheid beroep
Hof] april 2019 staat vermeld, kan naar het oordeel van de rechtbank niet leiden tot verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding omdat een tweede uitspraak op bezwaar niet mogelijk is (zie Hoge Raad, 20 januari 2012; ECLI:NL:HR:2012:BT1516). Het beroep gericht tegen de uitspraak op bezwaar van 14 februari 2019 is daarom niet-ontvankelijk verklaard.
Omschrijving geschil in hoger beroep, standpunten en conclusies van partijen
Beoordeling van het hoger beroep
Proceskosten en griffierecht
Beslissing
- vernietigt de uitspraak van de Rechtbank behoudens de beslissing omtrent de toekenning van de in beroep gemaakte proceskosten en de vergoeding van het voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht;
- handhaaft de beschikking dwangsom;
- vernietigt de beschikking ambtshalve vermindering van 14 maart 2019;
- vermindert de aanslag tot een berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 39.298;
- vermindert de beschikking belastingrente dienovereenkomstig;
- gelast de Inspecteur aan belanghebbende een bedrag van € 128 aan griffierecht te vergoeden.