Uitspraak
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
nog nader te onderzoeken mogelijkheid om een beroep te doen op de legitieme portie in het faillissement van de heer [naam legitimaris] .”.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Den Haag
Deze civiele zaak betreft een geschil over de afwikkeling van legaten verbonden aan een chalet in Zwitserland binnen een nalatenschap. De erfgenaam verzocht het hof om opheffing van de verbintenissen uit de legaten en het verbod op gebruik en beheer van het chalet door de legatarissen, wegens het niet nakomen van een vaststellingsovereenkomst en blokkade van de afwikkeling.
De feiten betreffen het overlijden van twee erflaters, waarbij testamentair legaten aan kleinkinderen waren toegekend, en een familiestatuut waarin gelijkheid tussen kinderen werd beoogd. De nalatenschap was niet afgewikkeld en er was een vaststellingsovereenkomst gesloten om de levering van het chalet en betaling van de legitieme portie te regelen. Deze overeenkomst werd echter door de legatarissen en legitimaris niet nagekomen, wat leidde tot een impasse.
Het hof oordeelde dat de omstandigheden na overlijden zodanig waren gewijzigd dat ongewijzigde instandhouding van de legaten niet van de erfgenaam mocht worden verwacht. De legatarissen blokkeerden de uitvoering van de overeenkomst en daarmee de afwikkeling van de nalatenschap. Daarom werd de opheffing van de verbintenissen uit de legaten bevolen en werd de legatarissen het gebruik en beheer van het chalet verboden, met dwangsommen bij overtreding. Tevens werden de legatarissen veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof heft de verbintenissen uit de legaten op en verbiedt de legatarissen het chalet te gebruiken of beheren, met dwangsommen bij overtreding.