ECLI:NL:GHDHA:2020:1256
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging afwijzing faillissementsaanvraag Jodaav Horeca B.V. wegens ontbreken redelijk belang appellant
Appellant verzocht de rechtbank om Jodaav Horeca B.V. failliet te verklaren, maar dit verzoek werd afgewezen. In hoger beroep verzocht appellant vernietiging van deze beschikking en alsnog faillietverklaring. Het hof nam kennis van aanvullende producties en hield een mondelinge behandeling.
Jodaav verzocht om zekerheidstelling voor proceskosten op grond van artikel 224 Rv Pro, wat het hof afwees vanwege toepasselijkheid van internationale verdragen en EU-verordeningen die zekerheidstelling uitsluiten voor onderdanen van verdragsstaten met woonplaats in een andere verdragsstaat.
De rechtbank had geoordeeld dat niet summierlijk was gebleken van het vorderingsrecht van appellant, mede omdat Jodaav in liquidatie verkeert en het faillissement van een ontbonden vennootschap slechts kan worden uitgesproken indien aannemelijk is dat er nog baten zijn. Het hof bevestigde dit oordeel, maar voegde toe dat appellant geen redelijk belang heeft bij faillietverklaring omdat de enige bate een vordering van Jodaav op appellant zelf is.
Appellant kon niet aannemelijk maken dat er andere baten zijn. Het hof bekrachtigde daarom de afwijzing van het faillissementsverzoek en wees de vordering tot zekerheidstelling af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de afwijzing van het faillissementsverzoek tegen Jodaav Horeca B.V. wegens ontbreken van redelijk belang appellant.