Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 7 januari 2020
Royal Smit Transformers B.V.,
ESD-SIC B.V.,
Het geding
Beoordeling
- Smit heeft op basis van twee overeenkomsten van aanneming van werk (verder: de aannemingsovereenkomsten) in 2010 respectievelijk 2011 twee transformatoren (verder aangeduid als respectievelijk transformator 59 en transformator 60) van ESD hersteld. De aanneemsom bedroeg € 214.910,-- excl. BTW voor transformator 59 en € 226.220,-- excl. BTW voor transformator 60, totaal € 524.997,-- incl. BTW.
- Op deze overeenkomsten zijn de FME-voorwaarden van toepassing verklaard.
- De FME-voorwaarden luidden – voor zover relevant – als volgt:
- Na voltooiing van de werkzaamheden bleek dat bij beide transformatoren na verloop van tijd een (potentieel gevaarlijke) gasontwikkeling optrad.
- Smit heeft in 2012 aan ESD toegezegd alles in het werk te stellen om het gebrek in transformator 59 op te lossen (verder: de toezegging uit 2012).
- In 2014 heeft Smit ESD bericht dat zij het standpunt van ESD dat de problemen aan de transformatoren (59 en 60) aan Smit zouden toebehoren vooralsnog deelde, en dat zij toe de problemen met de transformatoren op zodanige wijze zou oplossen dat een ongestoorde bedrijfsvoering van beide transformatoren zou zijn gewaarborgd (verder: de toezegging uit 2014).
- Smit heeft in de jaren 2011- 2014 gezocht naar een oplossing voor de problemen met de transformatoren, maar tevergeefs.
- In 2015 heeft Smit zich op het standpunt gesteld dat de problemen met de transformatoren het gevolg zijn van een bij ESD gebruikte (te hoge) bedrijfsspanning, waarmee Smit bij het aangaan van de aannemingsovereenkomsten en de uitoefening van de werkzaamheden niet bekend was. Zij heeft (verdere) verantwoordelijkheid voor de problemen afgewezen.
- Op 31 mei 2016 heeft ESD Smit in gebreke gesteld en heeft zij de ontbinding ingeroepen wegens tekortkomingen in de nakoming van de aannemingsovereenkomsten en de door Smit gedane toezeggingen, voor het geval Smit niet voor 10 juni 2016 zou bevestigen dat zij de gebreken aan de transformatoren zal verhelpen of een voor ESD aanvaardbaar schikkingsvoorstel zou doen. Bij deze brief heeft ESD drie documenten bijgesloten, waaruit volgens haar blijkt dat Smit wel degelijk op de hoogte was van de door ESD gebruikte bedrijfsspanning op het moment dat de reparaties aan de transformatoren werden afgesproken/de aannemingsovereenkomsten werden gesloten.
- Smit heeft niet aan de sommatie voldaan, waarna ESD de ontbinding van de aannemingsovereenkomsten aan Smit heeft bevestigd en aanspraak heeft gemaakt op betaling van de ongedaanmakingsverplichtingen.
- Smit heeft gemotiveerd verweer gevoerd, onder meer stellende dat ESD de gebreken niet tijdig (conform artikel XI lid 6 van de geldende FME-voorwaarden) had gemeld en niet tijdig een juridische procedure heeft gestart, zodat de rechten van ESD zijn komen te vervallen.
- ESD is hierna de arbitrage gestart en heeft primair gevorderd Smit te veroordelen tot betaling aan haar van een bedrag van € 524.944,70 in hoofdsom, vermeerderd met wettelijke rente en de kosten van rechtsbijstand en de arbitrage, vermeerderd met wettelijke rente aan kosten juridische bijstand. ESD beriep zich daarbij op het niet-nakomen van Smit van primair de toezeggingen uit 2012 en 2014 en subsidiair van de aannemingsovereenkomsten.