Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
beschikking van 29 maart 2019
[verzoekster] ,
[…] B.V.,
Verloop van het geding in hoger beroep
Beoordeling van het hoger beroep
“please explain to us “not feeling well”. What is the matter? What are your symptons/complaints? Did you go to the doctor?”) heeft [verzoekster] op donderdag 10 augustus 2017 in een e-mail nog het volgende geschreven:
arbeidsongeschiktheid) klaagt erover dat de kantonrechter ten onrechte tot het oordeel is gekomen dat [verzoekster] ten tijde van het indienen van de aanvraag van de ontslagvergunning op 4 augustus 2017 niet (meer) ziek was. Met de tweede grief (onder het kopje
bedrijfseconomische omstandigheden) bestrijdt [verzoekster] het oordeel van de kantonrechter over de bedrijfseconomische omstandigheden die ten grondslag liggen aan de ontslagaanvraag. Naar aanleiding van de door [verweerster] tegen het beroepschrift geuite bezwaren merkt het hof daarbij op dat uit de gegeven toelichting op deze klachten voldoende duidelijk blijkt welke specifieke bezwaren [verzoekster] heeft tegen deze oordelen en de gronden waarop deze berusten, zodat de grieven voldoen aan de eisen die daaraan mogen worden gesteld. Uit de verdere inhoud van het verweerschrift blijkt ook dat het [verweerster] duidelijk was waartegen zij zich diende te verweren.
- a) de ziekmeldingen van 1 en 3 augustus 2017 (hiervoor weergegeven onder 1.9 en 1.10) zijn duidelijk op zichzelf staande, kortdurende ziekmeldingen met verschillende ziekteoorzaken;
- b) daarnaast staat vast dat [verzoekster] op 4 augustus 2017 weer is gaan werken. Weliswaar is zij die dag na een conflict met [de directeur] weer naar huis vertrokken, maar niet gebleken is dat zij zich toen ook weer ziek heeft gemeld. Als het zo was dat [verzoekster] die ziekmelding, zoals zij zegt, vanwege het conflict niet aan [de directeur] durfde te doen, had het voor de hand gelegen dat zij dat, eenmaal thuis, per e-mail had gedaan. Dit temeer nu zij zich de dagen ervoor en de dagen erna ook steeds per e-mail heeft ziekgemeld;
- c) in de ziekmeldingen van 7 en 8 augustus 2017 (hiervoor weergegeven onder 1.13 en 1.14) is bovendien geen aanwijzing te vinden dat deze ook (nog) betrekking zouden hebben op 4 augustus 2017;
- d) gelet hierop is er dan ook geen aanleiding aan te nemen dat de ziekmeldingen van 1 en 3 augustus 2017 geacht moet worden door te lopen op 4 augustus 2017. Daarvoor is ook geen steun te vinden in het deskundigenoordeel van het UWV, nu dit oordeel uitsluitend een uitspraak doet over de situatie op 12 oktober 2017 en voor wat betreft de ziektehistorie slechts weergeeft wat [verzoekster] daarover heeft verteld.
- de afgelopen jaren (sedert 2013) is sprake van “teruglopende business”, waardoor de omzet sterk is terug gelopen. In dat verband is begin 2017 een nieuwe investeerder “ingestapt”, op wiens initiatief een aanvang is gemaakt met het doorlichten van de organisatie, teneinde te bezien hoe deze doelmatiger kan worden ingericht;
- tegelijkertijd zijn er problemen ontstaan met de Japanse distributeur van [verweerster] , die tevens haar belangrijkste klant is. Deze klant gaf aan ontevreden te zijn over de samenwerking en deze te willen beëindigen. [verweerster] heeft dit weten te voorkomen, onder meer door toe te zeggen dat de contacten voortaan rechtstreeks met [de directeur] zullen verlopen;
- in samenspraak met de nieuwe investeerder is [verweerster] tot de conclusie gekomen dat voor een doelmatige bedrijfsvoering twee van de vier functies binnen het bedrijf dienen te vervallen, waaronder in elk geval de functie van Japan Country Manager. Nu de contacten met de (naar het hof begrijpt: enige) Japanse klant inmiddels noodgedwongen door [de directeur] zijn overgenomen, is een belangrijk deel van de bij deze functie behorende taken inmiddels weggevallen. De resterende taken van de Japan Country Manager (kwaliteitscontrole van de producten en het verzorgen van de benodigde documenten) kunnen worden verricht door de Operationeel Manager, die dit ook al doet voor de overige buitenlandse klanten.
ernstigverwijt kan worden gemaakt.
Beslissing
opnieuw rechtdoendeop de verzoeken in hoger beroep,