ECLI:NL:GHDHA:2019:265
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake ontvankelijkheid bezwaar tegen naheffingsaanslag parkeerbelastingen gemeente Den Haag
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag parkeerbelastingen van de gemeente Den Haag, maar de heffingsambtenaar ontving dit bezwaar niet. Belanghebbende stelde dat het bezwaar tijdig was verzonden via de digitale verzendservice van PostNL, maar kon dit niet voldoende aannemelijk maken.
De Rechtbank oordeelde dat belanghebbende onvoldoende bewijs leverde dat het bezwaar daadwerkelijk tijdig ter verzending was aangeboden en verklaarde het beroep ongegrond wegens niet-ontvankelijkheid. Belanghebbende ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
Het Gerechtshof Den Haag bevestigde de uitspraak van de Rechtbank. Het hof vond dat belanghebbende onvoldoende feiten en omstandigheden had gesteld om aannemelijk te maken dat het bezwaar tijdig was verzonden. De bewijsstukken van PostNL waren niet toereikend om de daadwerkelijke verzending te bevestigen. Ook het procesgedrag van de gemachtigde wekte de indruk dat het bezwaar niet inhoudelijk werd gemotiveerd, maar gericht was op het verkrijgen van een dwangsom.
Daarom verklaarde het hof het hoger beroep ongegrond en bevestigde dat het bezwaar niet-ontvankelijk was wegens overschrijding van de bezwaartermijn. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn.