Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 27 augustus 2019
de Staat der Nederlanden (Ministerie van Justitie en Veiligheid),
[geïntimeerde] ,
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
St. Albans Crown Courtdoor een jury schuldig bevonden aan – kort gezegd – diefstal . [geïntimeerde] is na deze zitting op borgtocht vrijgelaten in afwachting van de
sentencing hearingdie op 14 november 2003 plaats zou vinden. Op 14 november 2003 is [geïntimeerde] niet op de
sentencing hearingverschenen. [geïntimeerde] advocaat was hier wel aanwezig. [geïntimeerde] is gedurende de
sentencing hearingveroordeeld tot een gevangenisstraf van tweeënhalf jaar. Het betreft twee jaar gevangenisstraf voor de diefstal plus zes maanden vanwege de schending van de borgtochtvoorwaarden.
De bij het uitleveringsverzoek overgelegde stukken houden in dat [geïntimeerde] bij vonnis van 11 november 2003 van het St. Albans Crown Court veroordeeld is tot een gevangenisstraf van 2 jaar en 6 maanden. Uit de voorhanden zijnde stukken kan worden afgeleid dat bedoeld vonnis aangemerkt dient te worden als een verstekvonnis waartegen nog een rechtsmiddel openstaat. Naar het oordeel van de rechtbank betekent zulks dat het verzoek tot uitlevering moet worden verstaan als een verzoek om een vervolgingsuitlevering. In dat geval dient echter, op grond van artikel 18 van Pro de Uitleveringswet en artikel 12 van Pro het Europees Uitleveringsverdrag, bij het uitleveringsverzoek een door de daartoe bevoegde autoriteit van de verzoekende staat gegeven bevel tot aanhouding van de uit te leveren persoon, of een stuk dat dezelfde rechtskracht heeft te worden gevoegd. In dit geval ontbreek een dergelijk stuk. Dat betekent dat de vervolgingsuitlevering vanwege ongenoegzaamheid van de stukken niet toelaatbaar dient te worden geacht.
i) Copies of the European Arrest Warrants (…).
Copy of the Orders of conviction and sentence for the subjects.
A Copy of legislation for Section 1 of the Theft Act 1968.
A case summary from the setting the Circumstances of the offence.
A copy of minute by the Crown Court minute sheet for the Sentencing hearing.
Copies of the finger prints (…).”
certificate of conviction.
certificate of convictionis afkomstig van de griffier c.q. griffiemedewerker van de
Crown Court van St. Albans, het gerecht dat de veroordeling van [geïntimeerde] heeft uitgesproken. Het is ook door de griffier ondertekend. Het document vermeldt dat [geïntimeerde] op 11 november 2003 is berecht en veroordeeld wegens diefstal en op 14 november 2003 is veroordeeld tot (onder meer) een gevangenisstraf voor de duur van twee jaar.
case summaryis een relaasproces-verbaal dat is opgemaakt ten behoeve van de strafzaak tegen (onder meer) [geïntimeerde] . Het bevat een beschrijving van de toedracht van het door hem gepleegde strafbare feit, een samenvatting van de getuigenverklaringen en van de verklaringen van [geïntimeerde] als verdachte. Ten slotte bevat het stuk een vermelding van [geïntimeerde] aanhouding op 4 maart 2003.
Crown Court Minute Sheetbehelst de aantekeningen van de griffier van de zitting van 14 november 2003, de
sentencing hearing. Hierin staat onder meer vermeld dat [geïntimeerde] op advies van zijn Nederlandse advocaat hierbij niet aanwezig was en dat hij in aanwezigheid van zijn advocaat die hem vertegenwoordigde, gedurende de
sentencing hearingis veroordeeld. De strafoplegging is in het proces-verbaal vastgelegd, zodat [geïntimeerde] hier na zijn aanhouding kennis van kon nemen.
sentencing hearingals volgt:
Uit de stukken volgt dat veroordeelde op 4 maart 2003 diefstal ten laste is gelegd. Tevens is, zo begrijpt het hof, de voorwaarde gesteld dat veroordeelde ter terechtzitting van 11 november 2003 en 14 november 2003 ('de sentencing hearing') tegenwoordig diende te zijn. Veroordeelde is ter terechtzitting op 11 november 2003 aanwezig geweest en op die datum veroordeeld ter zake - kort gezegd - diefstal in vereniging. Uit de stukken, waaronder de aantekeningen van de 'sentencing hearing', de Crown Minute Sheet, volgt dat veroordeelde op 14 november 2013 niet ter terechtzitting aanwezig is geweest. Hij heeft zich ter terechtzitting laten vertegenwoordigen door zijn advocaat. Veroordeelde meende, naar aanleiding van advies van zijn Nederlandse advocaat, dat hij niet aan het Verenigd Koninkrijk kon worden uitgeleverd. Veroordeelde is daarom, ondanks de gestelde voorwaarde, opzettelijk niet ter terechtzitting verschenen. Het hof acht het daarom aannemelijk dat veroordeelde zich aan de tenuitvoerlegging van de straf in het Verenigd Koninkrijk heeft onttrokken in de zin van het Aanvullend Protocol door vóór tenuitvoerlegging van de straf naar Nederland te vluchten. Voorts acht liet hof het aannemelijk, mede gelet op de ID-staat SKDB van 20 augustus 2014, dat veroordeelde zich thans in Nederland bevindt.
breach of bail”. De Engelse autoriteiten hebben bericht daarmee in te stemmen.
legal opinionvan prof. [X] over de kwestie.
gevlucht’als bedoeld in art. 2 van Pro het Aanvullend Protocol VOGP (hierna: AP VOGP). Dat is niet het geval, zodat instemming van [geïntimeerde] met overname van de tenuitvoerlegging niet achterwege gelaten had kunnen worden. Ten slotte beroept [geïntimeerde] zich erop dat de procedure bij de penitentiaire kamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, die geleid heeft tot het Advies, niet kan worden aangemerkt als met voldoende waarborgen omkleed, omdat hij niet is gehoord. Dit maakt dat de voorgenomen detentie niet “
lawful” is, dan wel niet in “
accordance with a procedure prescribed by law” als bedoeld in art. 5 EVRM Pro.
De Staat heeft gemotiveerd geconcludeerd tot afwijzing van de vorderingen.
City of Westminster Magistrates Court, die het EAB uitvaardigt, melding gemaakt van de veroordeling van [geïntimeerde] door het
St Albans Crown Court.
Grief 1is gericht tegen de overweging van de voorzieningenrechter dat de Staat (mede) zou hebben gesteld dat (i) in het Verenigd Koninkrijk gewaarmerkte afschriften van vonnissen worden opgemaakt en (ii) de door de Engelse autoriteiten bij het VOGP-verzoek wel overgelegde stukken in dit geval het bestaan van “
het vonnis en de daarin opgenomen veroordeling kunnen vervangen”.
Grief 2komt op tegen het oordeel dat de tekst van art. 6 lid 2 aanhef Pro en onder a VOGP geen ruimte biedt voor het verstrekken van andersoortige stukken, in de situatie dat een gewaarmerkt afschrift van een vonnis niet kan worden verstrekt.
Grief 3is gericht tegen het oordeel dat bij de beoordeling van de rechtmatigheid van de aanwijzing aan het EAB geen betekenis toekomt.
‘a certified copy of the judgment an the law on which it is based’dient te worden overlegd, en dit stuk ontbreekt. De grieven lenen zich voor gezamenlijke behandeling.
a certified copy of the judgement”, waarbij “
judgment” betekent: een rechterlijke beslissing of bevel waarbij een veroordeling wordt uitgesproken. De vorm waarin deze rechterlijke beslissing is gegoten, is niet vastgelegd. Mede gelet op het doel van het VOGP, te weten een soepele en effectieve verlening van rechtshulp inzake de tenuitvoerlegging van strafvonnissen, kan ervan uitgegaan worden dat de rechterlijke beslissing niet in een bepaalde vorm hoeft te worden omgezet om een gevonniste persoon over te brengen. Wel zal de ontvangende Staat moeten vaststellen dat de stukken duidelijk en echt zijn. Bij twijfel daarover kunnen aanvullende (of andere) stukken worden opgevraagd.
You should be aware that English Courts do not hand down judgments in the same way that judicial authorities do in other countries. The finding of guilt or otherwise is not a matter for the judge but is the decision of the Jury. The deliberations of the Jury are secret and they do not give an explanation of their findings. If a defendant is found guilty the trial judges responsibility is to pass sentence. Once he has done so an Order of Imprisonment is issued which states the sentence to be served. This is the legal authority to detain the prisoner. This should have been provided with the transfer request. Whether we can we forward a copy of the Judges sentencing remarks as these may contain some relevant information. However, a judge is not required to make any remarks when passing sentence other than the sentence itself. You will know from the previous cases we have referred to you that the Judges sentencing remarks vary in length and detail. The sentencing remarks are not the formal judgment of the court.”
You may be aware that judges in England and Wales do not issue judgments. The finding of guilt or otherwise is a matter for the jury. The jury alone has the legal authority to convict an individual. If an individual is convicted it is for the trial judge to pass sentence. In this case the judge imposed a sentence of 2 years imprisonment for theft of a motor vehicle, and 6 months imprisonment for Breach of Bail. I have attached copies of the relevant part of the Theft Act 1968 and the Bail Act 1976 for your information.
copy of the judgement’ als bedoeld in artikel 6 VOGP Pro moeten afgeven, kan dat dus niet gebeuren in de vorm van zo’n vonnis. Uit voornoemde e-mails volgt dat er doorgaans een Order of Imprisonment wordt afgeven. In die Order is de opgelegde straf vermeld (zonder de beraadslagingen of overwegingen die tot dat vonnis hebben geleid). In de onderhavige zaak hebben de Engelse autoriteiten (reeds) bij hun verzoek te kennen gegeven dat een dergelijke Order in deze zaak niet (meer) bestaat, maar dat de Crown Court in plaats daarvan een Certificate of Conviction heeft uitgegeven. Dit Certificate is overgelegd. Ook de e-mails geven dat aan. Dit Certificate vermeldt jegens wie, door welk gerecht, wanneer en welke straf is opgelegd en waarvoor. Dit Certificate is afgegeven door (de griffier van) het gerecht waar [geïntimeerde] is berecht en het is door de griffier ondertekend. Niets wijst erop dat dit stuk onbevoegd is opgemaakt of vals is. Het stuk strookt ook met het door de Engelse rechter afgegeven Europees Aanhoudingsbevel, waarin de rechter heeft bevestigd dat het in het Certificate genoemde vonnis is gewezen: “
The court sentenced [geïntimeerde] to 2 years’ imprisonment for the offence of theft”. De diverse bij het VOGP-verzoek gevoegde stukken zijn door de Engelse autoriteiten zelf aan de Staat gestuurd en door de gerechtelijke instantie afgegeven. Zij vormen kennelijk (in elk geval tezamen) voor Engeland de beslissing van de rechterlijke instantie waarbij de veroordeling is uitgesproken – de “judgement”.
Certificatein samenhang met de
Case Summaryen de
Crown Court Minute Sheet, gelijk gesteld kan worden aan een ‘afschrift van het vonnis’ als bedoeld in artikel 6 VOGP Pro.
sentencing hearing) waarin de gevangenisstraf is opgelegd. Dit betekent volgens [geïntimeerde] dat op grond van art. 45 Wots Pro het vonnis uit het Verenigd Koninkrijk aan hem had moeten worden betekend alvorens het rechtshulpverzoek in behandeling kon worden genomen. Daarnaast voorziet het VOGP volgens [geïntimeerde] niet in de tenuitvoerlegging van verstekveroordelingen. Ter onderbouwing van zijn stelling dat hij bij verstek is veroordeeld, wijst [geïntimeerde] ter vergelijking naar artikel 21 van Pro het Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafrechtelijke beslissingen (hierna: EVIG). Op grond van het tweede lid van dit artikel is sprake van een verstekveroordeling ingeval de veroordeelde niet in persoon op de terechtzitting is verschenen.
sentencing hearing) niet aanwezig te zijn maar zich door zijn raadsman te laten vertegenwoordigen. Dat laatste is gebeurd en de raadsman heeft namens hem het woord gevoerd.
sentencing hearinggrote kans liep om tot een gevangenisstraf te worden veroordeeld. De Staat mocht er bij de beoordeling van het VOGP-verzoek vanuit gaan dat [geïntimeerde] , als verdachte, tijdens zijn strafproces naar Nederland is gegaan teneinde zich te onttrekken aan de tenuitvoerlegging van het te wijzen vonnis. Immers, uit de documenten volgt dat hij opzettelijk op 14 november 2003 niet was verschenen, terwijl hem verschijning was aangezegd (en hij op de hoogte was van zijn schuldig bevinding). Op grond hiervan mocht de Staat er van uitgaan dat [geïntimeerde] zich aan de tenuitvoerlegging van de straf in Engeland heeft onttrokken door vóór de mogelijkheid van tenuitvoerlegging van de op te leggen straf naar Nederland te vluchten.
De Hoge Raad heeft geoordeeld dat naar Nederlands recht volgens art. 2 lid 3 AP Pro VOGP de instemming van de gevonniste persoon niet is vereist voor de overdracht van de veroordeling als iemand “
tijdens zijn strafproces naar de aangezochte staat is gevlucht teneinde zich te onttrekken aan de tenuitvoerlegging van het te wijzen vonnis” (HR 20 november 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA7927). Ook in het Advies aan de Staat is overwogen dat sprake is van vluchten in de zin van het AP VOGP.
[geïntimeerde] heeft in dit geding geen feiten of omstandigheden gesteld op grond waarvan geoordeeld moet worden dat hij niet opzettelijk naar Nederland is gegaan wetend dat op 14 november 2003 zijn straf kon worden uitgesproken. De Staat mocht hem daarom aanmerken als iemand die zich aan de tenuitvoerlegging van de veroordeling trachtte te onttrekken door te vluchten naar Nederland, zodat Engeland op grond van het AP VOGP om overname van de tenuitvoerlegging van de veroordeling kon verzoeken.
Beslissing
en bepaalt dat deze bedragen binnen 14 dagen na de dag van de uitspraak dan wel wat betreft het bedrag van € 82,-, na de datum van betekening, moeten zijn voldaan, bij gebreke waarvan deze bedragen worden vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf het einde van genoemde termijn van 14 dagen.