Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
3.Beoordeling
internuit te voeren, en niet langer in samenwerking met een
externMarketing Buro, is niet gedacht aan opleiding en Marketing ervaring van [appellante].
Gerechtshof Den Haag
De zaak betreft een hoger beroep van een werknemer tegen haar ontslag na een reorganisatie bij haar werkgever, The Coffee Factory B.V. (TCF). De werknemer stelde dat TCF de door het UWV gestelde voorwaarde had overtreden door binnen 26 weken na toestemming voor ontslag een andere werknemer aan te nemen voor werkzaamheden van dezelfde aard.
De kantonrechter had geoordeeld dat de nieuw aangestelde werknemer werkzaamheden verrichtte die van een andere aard en niveau waren dan die van de appellant, waardoor de voorwaarde niet was overtreden. De appellant voerde in hoger beroep aan dat de werkzaamheden wel degelijk overeenkwamen, onder meer omdat zij marketingactiviteiten verrichtte die ook door de nieuwe werknemer werden uitgevoerd.
Het hof oordeelde dat de appellant de stelplicht en bewijslast draagt en dat het niet gaat om mogelijke geschiktheid of scholing, maar om de feitelijke aard van de werkzaamheden. Uit de stukken en verklaringen bleek dat de werkzaamheden van de nieuwe werknemer wezenlijk anders waren. De bewijsaanbiedingen van de appellant werden verworpen wegens onvoldoende concreetheid. Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde de appellant in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het ontslag en oordeelt dat de wederindiensttredingsvoorwaarde niet is overtreden.