Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Arrest van 2 april 2019 in het incident
[naam 1] ,
1. [naam 2] ,
2. [naam 3] ,
,
Het geding
De beoordeling van het incident
Beslissing
- wijst de incidentele vordering af;
- houdt iedere verdere beslissing aan;
Gerechtshof Den Haag
In deze civiele zaak ging het om een incident waarbij opposante verzocht om schorsing van de tenuitvoerlegging van een verstekarrest van het hof dat de huurovereenkomst tussen partijen ontbond en ontruiming van het gehuurde Hekhuis gelastte.
Opposante stelde dat zij belang had bij schorsing vanwege haar hoge leeftijd, invaliditeit en het langdurige verblijf in het pand, en vreesde een onomkeerbare situatie indien ontruiming zou plaatsvinden. Geopposeerden betwistten dit en stelden dat geen sprake was van een onomkeerbare situatie en dat opposante onvoldoende onderbouwing gaf voor haar financiële en persoonlijke omstandigheden.
Het hof oordeelde dat artikel 351 Rv Pro analoog van toepassing is op dit incident en dat bij de belangenafweging het belang van geopposeerden bij spoedige ontruiming zwaarder weegt dan het belang van opposante bij behoud van de bestaande toestand. De vordering tot schorsing werd daarom afgewezen. De hoofdzaak werd verwezen naar de rol voor verdere procedurele voortgang.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het verstekarrest af.