Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 24 april 2018
[appellant] ,
Allianz Benelux N.V.
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
grief 1 in het principaal appelkeert [appellant] zich tegen de overwegingen 2.9 en 2.10 van het eindvonnis. Daarin beoordeelt de rechtbank de onder 2.8 geconstateerde discrepantie tussen enerzijds de door de rechtbank vastgestelde omstandigheden met betrekking tot de aanrijding en anderzijds de door [appellant] geuite verklaringen op het schadeaangifteformulier en tegenover de door Allianz Benelux ingeschakelde schade-expert [naam schade-expert] van ITEB. Deze discrepantie betreft onder meer de snelheid van de [merk auto] direct voor de aanrijding, die veel lager is geweest dan de door [appellant] genoemde 50 km per uur, en het feit dat de [automerk] van [appellant] direct voor de aanrijding (nagenoeg) stilstond en niet 40 km per uur reed, zoals is vermeld op het schadeaangifteformulier en de verklaring tegenover ITEB. Daarnaast is de verklaring tegenover ITEB onjuist met betrekking tot de bestemming waarnaar [appellant] op weg was en ontbreekt daarin de door [appellant] in deze procedure benadrukte stelling dat hij direct voor de aanrijding moest remmen voor een fietser.
(raadsheer-commissaris: dit betreft brief 13 oktober 2011 van Allianz met de weigering uit te keren)begreep ik brief niet. Mijn vrouw heeft de brief gelezen. (…) Daarna met mijn vrouw naar mijn buurman gegaan. Kun je voor ons een goed briefje tekenen? (…) Ik vertelde wat er precies is gebeurd en mijn vrouw vertaalde het.
grief 1 in het principaal appel, die ervan uitgaat dat aan [appellant] niet kan worden tegengeworpen dat de verklaring van 19 september 2011 onjuistheden en onvolledigheden bevat. Hetzelfde geldt voor
grief 2 in het principaal appel, waarmee [appellant] betoogt dat hij zijn lezing van de feiten rond de aanrijding na het bekend worden van nieuwe informatie niet heeft aangepast, en voor de daarop voortbouwende
grieven 3 en 4 in het principaal appel.