Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
- de man, bijgestaan door zijn advocaat;
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat.
Gerechtshof Den Haag
In deze zaak heeft de man hoger beroep ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank die een voorlopige voorziening inzake levensonderhoud voor de vrouw wijzigde. De vrouw maakte bezwaar tegen een aanvullend beroepschrift van de man waarin hij nieuwe doorbrekingsgronden van het appelverbod aanvoerde, nadat hij het verweerschrift van de vrouw had ontvangen.
Het hof overwoog dat volgens artikel 824 lid 1 Rv Pro geen hoger beroep mogelijk is tegen voorlopige voorzieningen, behoudens cassatie in het belang der wet. Daarnaast geldt de twee-conclusieregel, die bepaalt dat de eiser zijn eis of gronden niet later dan in het eerste processtuk mag wijzigen of vermeerderen, tenzij uitzonderingen van toepassing zijn.
De vrouw stemde niet ondubbelzinnig in met de eiswijziging en de uitzonderingen op de twee-conclusieregel waren niet van toepassing. Het aanvullend beroepschrift werd daarom buiten beschouwing gelaten. Het hof concludeerde dat het beroep van de man geen geldige doorbrekingsgronden bevatte en verklaarde hem niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep.
De proceskosten werden gecompenseerd zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. De uitspraak werd gedaan door het hof Den Haag op 7 maart 2018.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep van de man niet-ontvankelijk wegens schending van de twee-conclusieregel en het ontbreken van doorbrekingsgronden van het appelverbod.