ECLI:NL:GHDHA:2018:3410
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verdeling appartementsrecht en nalatenschap tussen broers na overlijden vader
In deze zaak gaat het om de verdeling van een appartementsrecht dat door de vader van partijen in 1963 is gebouwd en in 1986 in twee appartementsrechten is gesplitst. Na het overlijden van de vader in 2012 erfden de broers gezamenlijk het appartementsrecht en het daarbij behorende 2/3 belang in het onderliggende perceel grond. De broers wonen ieder in een deel van de woning, maar er ontstond een geschil over de toedeling van het gehele appartementsrecht.
De rechtbank had bepaald dat een makelaar, met instemming van beide partijen, de marktwaarde van het appartementsrecht zou bepalen, welke werd vastgesteld op € 623.000,-. De rechtbank besloot tot toedeling van het appartementsrecht aan de broer die de bovenverdieping bewoont, onder de verplichting om de helft van de waarde aan de andere broer te betalen. De andere broer was het hier niet mee eens en ging in hoger beroep met meerdere grieven, waaronder de wijze van verdeling, de waardering en de toekenning van vergoedingen voor ondergaan leed en verhuiskosten.
Het hof oordeelt dat de rechtbank terecht heeft besloten het appartementsrecht toe te wijzen aan de broer die de bovenverdieping bewoont. De taxatie door de makelaar is leidend en er zijn geen bijzondere omstandigheden die een afwijking rechtvaardigen. Vergoedingen voor ondergaan leed en verhuiskosten worden afgewezen omdat er geen juridische grondslag voor is en het geen onrechtmatig handelen betreft. De vordering tot vernietiging van de dwangsommen wordt eveneens afgewezen omdat deze inmiddels zijn voldaan.
Het hof bekrachtigt het bestreden vonnis en veroordeelt de appellant in de proceskosten van het hoger beroep. De verdeling wordt vastgesteld zoals door de rechtbank bepaald, met de verplichting tot betaling van de helft van de taxatiewaarde aan de andere partij en het verlaten van het appartement door de appellant binnen de gestelde termijnen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat het appartementsrecht toewijst aan broer twee tegen betaling van de helft van de taxatiewaarde aan broer een, en wijst vergoedingen voor leed en verhuiskosten af.