Uitspraak
Gerechtshof Den Haag
Arrest
[verdachte],
henzelf. De uitlatingen van de verdachte zijn niet anders buiten de muren van de PI gekomen, dan wel in de openbaarheid gekomen dan in het kader van deze strafzaak.
Gerechtshof Den Haag
De verdachte verbleef in de Penitentiaire Inrichting te Ter Apel en werd beschuldigd van het bedreigen van gevangenispersoneel en anderen met terroristische misdrijven, waaronder moord en doodslag met een terroristisch oogmerk. De bedreigingen betroffen algemene uitlatingen gericht op groepen zoals Europeanen, Westerlingen en Nederlanders.
In eerste aanleg werd de verdachte veroordeeld tot zes maanden gevangenisstraf, maar in hoger beroep heeft het hof het vonnis vernietigd en de verdachte vrijgesproken. Het hof oordeelde dat de bedreigingen te algemeen waren geformuleerd en dat de uitlatingen niet buiten de muren van de inrichting waren gekomen, waardoor de persoonlijke vrijheid van de medewerkers of derden niet was aangetast.
Het hof verwees naar jurisprudentie waarin werd gesteld dat een bedreiging gericht op een onbepaalde groep niet voldoet aan het vereiste van aantasting van persoonlijke vrijheid. Ook de concrete bedreigingen aan het adres van de directeur van de PI waren onvoldoende specifiek om als strafbare bedreiging te kwalificeren.
De raadsman van de verdachte had aangevoerd dat de bedreigingen niet bewezen konden worden, wat het hof volgde. De verdachte werd daarom vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat zijn bedreigingen de persoonlijke vrijheid van specifieke personen hebben aangetast.