Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 25 september 2018
"Diergaarde Blijdorp",
Gerechtshof Den Haag
FNV en twee werknemers van Blijdorp stelden in hoger beroep dat Blijdorp onterecht de werkgeversbijdrage in de aanvullende ziektekostenverzekering had stopgezet na het beëindigen van het collectieve contract met IZA per 2016.
De arbeidsvoorwaarde in de Blijdorp Vraagbaak, onderdeel van de rechtspositieregeling, voorzag in een werkgeversbijdrage voor werknemers met een aanvullende verzekering bij IZA. Nadat IZA het contract opzegde, stelde Blijdorp dat de grondslag voor de bijdrage was weggevallen en stopte de vergoeding.
Het hof oordeelde dat artikel 3.9.4 van de Vraagbaak een arbeidsvoorwaarde is die niet eenzijdig gewijzigd kon worden. De tekst van de regeling gaf aan dat de vergoeding alleen gold voor verzekeringen bij IZA. Echter, uit goed werkgeverschap volgde dat Blijdorp de bijdrage moest betalen aan werknemers die in 2016 een aanvullende verzekering hadden afgesloten bij CZ, waarmee Blijdorp een nieuw collectiviteitscontract had.
De vordering voor werknemers die elders verzekerd waren, werd afgewezen. Het hof vernietigde het vonnis van de kantonrechter, veroordeelde Blijdorp tot betaling van de bijdrage over 2016 aan de CZ-verzekerden en tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten, met compensatie van proceskosten.
Uitkomst: Blijdorp is veroordeeld tot betaling van de werkgeversbijdrage over 2016 aan werknemers met een aanvullende verzekering bij CZ, overige vorderingen zijn afgewezen.