Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Arrest van 25 september 2018
Winkelcentrum Ypenburg C.V.,
Hoogvliet Beheer B.V.,
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
gelezen te worden:
Gerechtshof Den Haag
Ypenburg verhuurde winkelruimte aan Plus Vastgoed B.V., welke rechten en verplichtingen overdroeg aan Hoogvliet. De huurovereenkomst bepaalde dat het gehuurde bestemd was voor een full-service supermarkt conform de regionale Hoogvliet-formule. Hoogvliet richtte een aparte slijterij in binnen de supermarkt.
Ypenburg vorderde in kort geding staking van de slijterij-exploitatie en ongedaanmaking van de verbouwing, stellende dat dit in strijd was met de bestemming en zonder toestemming was uitgevoerd. De kantonrechter wees deze vorderingen af, oordelend dat een slijterij onderdeel kan zijn van een full-service supermarkt en dat de verbouwing niet zonder toestemming was uitgevoerd.
In hoger beroep bevestigde het hof dit oordeel. Het hof overwoog dat de verkoop van sterke drank binnen een aparte ruimte tot de Hoogvlietformule behoort en dat Ypenburg dit redelijkerwijs had moeten verwachten. De verbouwing bestond uit eenvoudige scheidingswanden die zonder noemenswaardige kosten ongedaan kunnen worden gemaakt, zodat voorafgaande toestemming niet vereist was. Ook was er geen sprake van overlast voor andere huurders.
De grieven van Ypenburg faalden en het hof bekrachtigde het vonnis, veroordeelde Ypenburg in de proceskosten en wees de vorderingen af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vorderingen van Ypenburg af, waarbij Hoogvliet gerechtigd blijft de slijterij te exploiteren.