ECLI:NL:GHDHA:2017:2647
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering werkgever wegens fraude werknemer en toewijzing achterstallig loon met matiging wettelijke verhoging
In deze civiele procedure stond de vordering van de National Bank of Greece (NBG) tegen haar voormalige werknemer centraal, die werd beschuldigd van fraude met valutatermijntransacties. De werknemer was sinds 1972 in dienst en had tussen 1993 en 1995 diverse valutatransacties verricht, waarvan sommige met verlies en andere met winst werden afgesloten.
De kantonrechter had eerder een deel van de vordering van NBG toegewezen, maar het hof vernietigde deze uitspraken. Het hof oordeelde dat NBG onvoldoende feiten had gesteld om schade te bewijzen, behalve het verlies op een specifieke ABN-Amro-transactie. De winst op andere transacties compenseerde dit verlies, waardoor per saldo geen schade kon worden vastgesteld en de vordering werd afgewezen.
Daarnaast vorderde de werknemer betaling van achterstallig loon en aanverwante vergoedingen. Het hof stelde vast dat NBG geen beroep op verrekening toekwam, en kende de vordering van de werknemer toe, inclusief een wettelijke verhoging die wegens verwijtbaar handelen van de werknemer werd gematigd tot 25%. Beide partijen werden veroordeeld in de proceskosten, en de uitspraken werden uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Vordering werkgever wegens fraude afgewezen; werknemer krijgt achterstallig loon met beperkte wettelijke verhoging toegewezen.