ECLI:NL:GHDHA:2017:259

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
14 februari 2017
Publicatiedatum
7 februari 2017
Zaaknummer
200.160.535/02
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 281 lid 1 RvArt. 383 Rv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verzoeker wegens niet tijdig herstel ontbreken advocaatsondertekening

Verzoeker heeft bij het hof verzocht om herroeping van een eerdere beschikking waarin zijn verzoek om ontslag van een bestuurder niet-ontvankelijk werd verklaard. Het verzoekschrift was niet ondertekend door een advocaat, hetgeen volgens artikel 281 lid 1 Rv Pro een hersteltermijn mogelijk maakt.

Het hof heeft verzoeker een termijn gesteld tot uiterlijk 30 november 2016 om het verzuim te herstellen door het verzoekschrift alsnog door een advocaat te laten ondertekenen en indienen. Verzoeker heeft dit verzuim echter pas op 8 december 2016 hersteld, waardoor de hersteltermijn is overschreden.

Verweer van verzoeker dat het stellen van een advocaat op 28 november 2016 het verzuim zou opheffen, wordt verworpen omdat het enkel stellen als advocaat niet gelijkstaat aan het indienen van het verzoekschrift door een advocaat. Ook het verzoek van de griffie om een ondertekend exemplaar te zenden doet niet af aan de niet-ontvankelijkheid.

Het hof verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn herroepingsverzoek en veroordeelt hem in de kosten van de procedure. De beschikking is uitgesproken op 14 februari 2017 door drie raadsheren.

Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdig herstel van het ontbreken van advocaatsondertekening op het verzoekschrift.

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Afdeling Civiel recht
Zaaknummer : 200.160.535/02

Beschikking van 14 februari 2017

inzake

[verzoeker] ,

wonende te [woonplaats] ,
verzoeker,
hierna te noemen: [verzoeker] ,
advocaat: mr. L.C. Blok te Zoetermeer,
tegen
1.
[verweerder],
wonende te [woonplaats] ,
2.
Stichting Schaderegelingskantoor voor rechtsbijstandverzekering,
gevestigd te Zoetermeer,
verweerders,
hierna te noemen: [verweerder] en SRK,
advocaat: mr. R.P.C. Kütemann te Den Haag.

Het verloop van het geding

1.1
Bij verzoekschrift, ingekomen bij het hof op 2 november 2016 en bij de civiele griffie van dit hof op 3 november 2016, heeft [verzoeker] verzocht om herroeping van de beschikking van 7 april 2015 van dit hof. Bij brief van 2 november 2016 verzocht [verzoeker] om op grond van artikel 281 lid 1 Rv Pro in de gelegenheid te worden gesteld binnen een door het hof te bepalen termijn het verzoekschrift alsnog door een advocaat te laten ondertekenen en indienen.
1.2
Bij brief van 4 november 2016 heeft het hof [verzoeker] in de gelegenheid gesteld om het verzuim dat het verzoekschrift niet was ondertekend door een advocaat uiterlijk 30 november 2016 te herstellen. Op 29 november 2016 heeft mr. L.C. Blok zich door middel van het indienen van een voor dagvaardingszaken bestemd H2-formulier voor [verzoeker] gesteld. Vervolgens is op 8 december 2016 het door mr. L.C. Blok getekend verzoekschrift ingekomen ter griffie van dit hof.
1.3
Bij verweerschrift, ingekomen ter griffie van het hof op 10 januari 2017, hebben [verweerder] en SRK bij wege van preliminair verweer verzocht om [verzoeker] niet-ontvankelijk te verklaren en om bij (tussen-)beschikking over de ontvankelijkheidsvraag te oordelen. Bij brief van 23 januari 2017 heeft [verzoeker] op het preliminair verweer van [verweerder] en SRK gereageerd. Bij brief van 24 januari 2017 hebben [verweerder] en SRK op hun beurt gereageerd op de reactie van [verzoeker] , waarna [verzoeker] bij brief van 25 januari 2017 een korte reactie op de brief van [verweerder] en SRK heeft gegeven.

Beoordeling van de ontvankelijkheid van het verzoek

1. Dit is een herroepingszaak. In de beschikking waarvan nu herroeping wordt verzocht, heeft het hof de beschikking van de rechtbank waarin [verzoeker] in zijn verzoek om [verweerder] met onmiddellijke ingang te ontslaan als bestuurder van SRK, niet-ontvankelijk is verklaard, bekrachtigd. In het tegen deze uitspraak gerichte cassatieberoep heeft de Hoge Raad [verzoeker] bij beschikking van 8 juli 2016 niet-ontvankelijk verklaard omdat zijn verzoekschrift tot cassatie niet was ondertekend door een advocaat en dit verzuim niet tijdig was hersteld.
Ontvankelijkheid van het verzoek
2. [verweerder] en SRK voeren twee gronden voor niet-ontvankelijkheid aan.
De eerste grond betreft de overschrijding van de termijn waarbinnen [verzoeker] zijn verzuim dat het verzoekschrift niet was ondertekend door een advocaat kon herstellen [verzoeker] is door het hof in de gelegenheid gesteld om het verzoekschrift uiterlijk op 30 november 2016 door een advocaat te laten ondertekenen en in te dienen. [verzoeker] heeft nagelaten om zijn verzuim tijdig te herstellen. De sanctie daarop is volgens art. 281 lid 1 Rv Pro niet-ontvankelijkverklaring, aldus [verweerder] en SRK. De tweede grond betreft de termijn voor herroeping (art. 383 Rv Pro).
3. Artikel 281 lid 1 Rv Pro bepaalt dat de rechter, als een verzoekschrift ten onrechte niet door een advocaat is ingediend, de verzoeker de gelegenheid biedt om binnen een door hem te bepalen termijn dit verzuim te herstellen. In deze zaak was [verzoeker] de tijd gegeven tot uiterlijk 30 november 2016 om zijn verzuim te herstellen. Vast staat dat pas op 8 december 2016 het verzoekschrift door de advocaat is ingediend. Dat is dus te laat. [verzoeker] dient derhalve op grond van artikel 281 lid 1 Rv Pro niet-ontvankelijk te worden verklaard in zijn herroepingsverzoek.
4. [verzoeker] heeft daartegen ingebracht dat mr. L.C. Blok zich op 28 november 2016 tegen de roldatum van 29 november 2016 als advocaat voor [verzoeker] heeft gesteld. Indiening van het verzoekschrift had al plaatsgevonden, zodat door het als advocaat stellen van mr. Blok het verzuim was opgeheven.
5. Het verweer van [verzoeker] wordt verworpen. Het verzuim van [verzoeker] bestond hierin dat zijn verzoekschrift niet door een advocaat was ingediend. Aan [verzoeker] is in overeenstemming met artikel 281 lid 1 Rv Pro de gelegenheid geboden om zijn verzuim te herstellen. Dat kon alleen door het verzoekschrift alsnog door een advocaat te doen indienen (HR 8 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1462, rov. 3.2.2). Het stellen als advocaat volstaat daartoe niet.
6. Voorts heeft [verzoeker] aangevoerd dat de griffie van het hof na het stellen van mr. L.C. Blok als advocaat van [verzoeker] hem telefonisch heeft verzocht om een ondertekend exemplaar van het verzoekschrift aan het hof te zenden. Aan dat verzoek is op 8 december 2016 gevolg gegeven.
7. Voor zover [verzoeker] hiermee bedoelt te stellen dat het verzoek van de griffie meebrengt dat geen niet-ontvankelijkverklaring dient te volgen, wordt die stelling verworpen. De door de griffie gedane mededelingen doen aan de niet-ontvankelijkheid niet af, omdat een advocaat geacht wordt op de hoogte te zijn van de toepasselijke procedurele regels en van de verstrekkende gevolgen die verbonden zijn aan het niet-in acht nemen hiervan (HR 8 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1462, rov. 3.2.3). Daarbij zij nog opgemerkt dat aan de voet van het op 2 november 2016 ingediende verzoekschrift en in de brief van [verzoeker] van 2 november 2016 telkens in noot 1 is opgenomen dat, indien het verzoekschrift ten onrechte niet door een advocaat is ingediend de rechter verzoeker de gelegenheid biedt om binnen een door hem te bepalen termijn dit verzuim te herstellen en dat verzoeker als hij niet van deze gelegenheid gebruik maakt in het verzoek niet-ontvankelijk wordt verklaard. [verzoeker] moet derhalve worden geacht op de hoogte te zijn van de gevolgen van het niet tijdig herstellen van het verzuim
8. De slotsom moet dan ook zijn dat [verzoeker] niet-ontvankelijk is in zijn verzoek.

Beslissing

Het hof:
- verklaart [verzoeker] niet-ontvankelijk in zijn verzoek;
- veroordeelt [verzoeker] in de kosten van de verzoekprocedure, tot op heden aan de zijde van [verweerder] en SRK begroot op € 716,- aan griffierecht en € 894,- voor salaris van de advocaat;
- verklaart de beschikking wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mrs. M.M. Olthof, J.E.H.M. Pinckaers en R.S. van Coevorden en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 februari 2017 in aanwezigheid van de griffier.