ECLI:NL:GHDHA:2016:877
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake onrechtmatige daad bij botsing tussen auto en tram met materiële schade
Op 30 november 2004 vond een aanrijding plaats tussen een door appellant bestuurde auto en een tram van HTM op een kruising in Den Haag. De auto liep materiële schade ter waarde van €3.400,- op. Appellant vorderde vergoeding van deze schade en kosten rechtsbijstand, stellende dat de tram door rood licht reed en onrechtmatig handelde.
De kantonrechter wees de vordering af, waarbij het hof het oordeel bevestigde. Het hof oordeelde dat de reflexwerking van art. 185 WVW Pro van toepassing is, waardoor de schade aan de auto in beginsel voor rekening van appellant komt, tenzij hij overmacht kan bewijzen. Appellant slaagde hier niet in. De stellingen dat de tram door rood reed of onvoorzichtig was, werden onvoldoende onderbouwd en weersproken door verklaringen van de trambestuurder en getuigen.
Het hof benadrukte dat de tram met geringe snelheid reed en dat appellant de tram had kunnen zien aankomen. De bewijswaardering en de verdeling van de bewijslast waren correct toegepast. De grieven van appellant faalden derhalve en het bestreden vonnis werd bekrachtigd, met veroordeling van appellant in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De vordering tot schadevergoeding wordt afgewezen en het vonnis van de kantonrechter wordt bekrachtigd.