Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 29 maart 2016
[appellant] ,
PKF WALLAST,
gevestigd te Delft,
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
“Immediately upon execution of this Letter of Offer, the Vendors [ [M] c.s.] and the Company shall continue to deliver to (…) [ [X] ]”en onder punt 9 is onder meer vermeld:
“Upon execution of this Letter of Offer by all of the parties thereto, the Financier [ [X] ] shall deposit Euros Two Hundred and Forty Thousand (“the Deposit”) into an interest-bearing call deposit with a licensed bank or financial institution in Kenya (…) in the joint names of the Vendors’ and the Purchaser’s Advocate.”
“De financiering door FMO is met een positief advies aan de kredietcommissie verzonden. Mark (hof: [P] ) verwacht dat de centen er voor Koninginnedag kunnen zijn.” Uit dit verslag blijkt dat de stand van zaken rond de financiering toen uitdrukkelijk aan de orde is geweest, en dat het alle aanwezigen – dus ook [appellant] – duidelijk was dat de financiering nog niet volledig rond was. Wel was er het vertrouwen dat dit in orde zou komen, maar dit (achteraf onterechte) vertrouwen was niet gebaseerd op mededelingen van [geïntimeerde sub 2] maar op mededelingen van [P] die de contacten met (naar werd aangenomen) FMO onderhield. Ook grief 3 wordt daarom door het hof verworpen.