ECLI:NL:GHDHA:2016:3320
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- J.E.H.M. Pinckaers
- T.G. Lautenbach
- M.P.J. Ruijpers
- Rechtspraak.nl
Geen verhindering gebruik erfdienstbaarheid voetpad en geen dwangsommen verbeurd
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of geïntimeerde de erfdienstbaarheid van voetpad ten gunste van appellanten onrechtmatig had belemmerd, waardoor dwangsommen zouden zijn verbeurd. Geïntimeerde had het voetpad verlegd conform eerdere vonnissen, maar appellanten stelden dat het pad door de aanleg en samenstelling niet bruikbaar was, met name voor een scooter of motorfiets.
De voorzieningenrechter had reeds geoordeeld dat het pad goed begaanbaar was, mede op basis van een video-opname van mei 2015, en dat onvoldoende was aangetoond dat geïntimeerde het gebruik had verhinderd. Appellanten voerden in hoger beroep aan dat de scooter niet goed kon manoeuvreren en dat de grindondergrond belemmerend was, maar konden dit niet voldoende onderbouwen met nieuw bewijs.
Het hof bevestigde dat het dictum van het vonnis inhoudt dat het gebruik van de erfdienstbaarheid mogelijk moet zijn zonder onredelijke belemmeringen. Het hof vond dat appellanten onvoldoende aannemelijk hadden gemaakt dat geïntimeerde het gebruik had verhinderd en dat de dwangsommen terecht niet waren verbeurd. Het beslag werd daarom terecht opgeheven en het hoger beroep werd verworpen.
Appellanten werden veroordeeld tot betaling van de kosten in hoger beroep. Het arrest werd uitgesproken op 1 november 2016 door het Gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat geïntimeerde het voetpad niet heeft verhinderd en dat geen dwangsommen zijn verbeurd; het beslag is terecht opgeheven.