Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Arrest van 20 september 2016
[appellant],
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
Reiskosten andere dan woon-werkverkeer die de werknemer maakt in het kader van een behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking bij de werkgever. De werknemer zal hiertoe een kilometer-administratie bijhouden.
Het lidmaatschap van de beroepsvereniging KNGF.
Bijdrage in de kosten van een abonnement en zakelijke gesprekskosten van een mobiele telefoon tot een bedrag ad € 25,00 per maand.
“namelijk aanvangen met re-integratie in passend werk bij een andere werkgever”.Derhalve heeft [appellant] wel degelijk een deskundigenverklaring in het geding gebracht die betrekking heeft op de periode van het geschil.
Aan de betwisting door Fysioplus van de vordering van [appellant] tot aanvullende salarisbetaling over de maand december 2014 gaat het hof voorbij, nu zonder nadere toelichting, die ontbreekt, onduidelijk is hoe de door Fysioplus bij memorie van antwoord overgelegde salarisspecificatie over december 2014 (productie 28) zich verhoudt tot de door [appellant] bij memorie van grieven overgelegde salarisspecificatie over diezelfde maand (productie HB 15). Voor zover het verschil tussen de beide salarisspecificaties zou worden verklaard door het standpunt van Fysioplus dat zij slechts gehouden is 70% van het salaris te betalen, faalt dit verweer op de hierboven genoemde gronden.
Het beroep van Fysioplus op verrekening van de vorderingen van [appellant] met de 30% die Fysioplus over de maanden juni tot en met november 2014 per abuis teveel aan loon heeft betaald slaagt niet, aangezien zij verplicht was in het tweede ziektejaar van [appellant] 100% van het loon door te betalen.
Het verweer van Fysioplus dat zij het salaris van [appellant] over de periode 1 tot en met 18 januari 2015 terecht niet heeft uitbetaald (memorie van antwoord punt 58) wordt verworpen, nu het hof van oordeel is dat [appellant] niet tekort is geschoten in zijn verplichting tot het meewerken aan zijn re-integratie in het tweede spoor.
Fysioplus heeft erkend dat het juist is dat iedere maand € 795,05 bruto op het loon wordt ingehouden conform de vermindering met 30%, welke vermindering ook doorwerkt in het vakantiegeld. Haar algemene ontkenning en betwisting van de juistheid van de overige bedragen wordt als onvoldoende concreet gepasseerd.
Beslissing
- veroordeelt Fysioplus tot betaling van de wettelijke rente over voornoemde bedragen vanaf de eerste maand volgend op de maand waarop het salaris betrekking heeft, alsook vermeerderd met 25% wettelijke verhoging over het bruto achterstallige salaris, alsook vermeerderd met de wettelijke rente over de wettelijke verhoging;
- veroordeelt Fysioplus om binnen drie dagen na betekening van dit arrest aan achterstallige onkostenvergoedingen over de periode februari 2015 tot en met november 2015 een bedrag van € 1.391,20 te voldoen alsook een bedrag van
- veroordeelt Fysioplus in de proceskosten in eerste aanleg, aan de zijde van [appellant] vastgesteld op € 77,84 exclusief btw aan kosten dagvaarding en € 219,-- aan griffierecht en op € 904,-- aan salaris advocaat (volgens liquidatietarief 2 punten x tarief II);
- veroordeelt Fysioplus in de proceskosten van het principaal appel, aan de zijde van [appellant] vastgesteld op € 77,84 exclusief btw aan kosten appeldagvaarding,
- veroordeelt Fysioplus in de proceskosten van het incidenteel appel, aan de zijde van [appellant] vastgesteld op € 894,-- aan salaris advocaat (volgens liquidatietarief 2 punten x tarief II x 0,5);
- bepaalt dat voormelde proceskosten en nakosten binnen veertien dagen na de dag van de uitspraak dan wel, wat betreft het bedrag van € 68,--, na de datum van betekening, moeten zijn voldaan, bij gebreke waarvan deze bedragen worden vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf het einde van genoemde termijn van veertien dagen tot aan de dag der algehele voldoening;
- verklaart de veroordeling tot zoverre uitvoerbaar bij voorraad;
- wijst af het meer of anders gevorderde.