Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 31 maart 2015
Vereniging van oud medewerkers ECN & NRG,
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
"Artikel 9: Beperkte Pro waardevastheid
"de financiële omstandigheden waarin deze[de werkgever, hof]
verkeert zich zodanig ingrijpend wijzigen, dat (ongewijzigde) continuering van de pensioenregeling niet langer mogelijk is."
"Artikel 18. Wijziging of intrekking van de pensioenregeling
"Weliswaar gold ten tijde van het besluit van ECN art. 7:613 BW Pro al wél, maar die bepaling is hier niet van toepassing, nu OMEN in deze procedure opkomt voor de belangen van devoormaligewerknemers van ECN".Daar komt bij dat door de advocaat-generaal in zijn conclusie onder 3.5 is gesignaleerd dat de norm van artikel 19 Pensioenwet Pro vergelijkbaar is met die van artikel 7:613 BW Pro en het hof te Amsterdam in zijn arresten niet heeft weergegeven waaraan hij de door hem gehanteerde norm heeft ontleend. Bij deze stand van zaken is niet goed denkbaar dat de Hoge Raad, in het geval dat hij van oordeel was dat de door het hof gehanteerde norm mits ontleend aan artikel 7:613 BW Pro (en niet aan artikel 19 Pensioenwet Pro) de juiste was, desondanks zou oordelen dat het hof een onjuiste norm heeft gehanteerd.