Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Arrest d.d. 17 november 2015
[appellant] ,
3. [geïntimeerde 3] ,
Het verdere geding
De verdere beoordeling van het hoger beroep
akte van schuldbekentenis” ondertekend. Daarin verklaarden voormelde drie rechtspersonen (de holding, het aannemersbedrijf en het loonbedrijf) alsmede de natuurlijke personen [geïntimeerde 1] , [geïntimeerde 3] en [geïntimeerde 5] in privé, als schuldenaren hoofdelijk aan [appellant] € 2,8 miljoen vermeerderd met 3,5% rente per jaar schuldig te zijn “
ten titel van ………. als in de bijlage gespecificeerd en gedocumenteerd weergegeven en voor het overige aan partijen genoegzaam bekend is (productie 1) – hierna ook te noemen: de vordering”. De akte bevat voorts de bepaling dat [appellant] bevoegd is en de schuldenaren verplicht zijn op eerste schriftelijk verzoek van [appellant] hem zekerheid te verstrekken voor de nakoming van hun verplichtingen, zoals bijvoorbeeld in de vorm van hypotheekrecht. De toenmalige boekhouder [de boekhouder] van het familiebedrijf heeft de schuldbekentenis met de pen gedateerd op 1 januari 2007. De echtgenotes van [geïntimeerde 1] , [geïntimeerde 3] en [geïntimeerde 5] , te weten geïntimeerde sub 2 (hierna [geïntimeerde 2] ) geïntimeerde sub 4 (hierna [geïntimeerde 4] ) en geïntimeerde sub 6 (hierna [geïntimeerde 6] ), worden niet als schuldenaar in de akte vermeld maar hebben deze wel ondertekend voor “
toestemming echtgenote ex artikel 1:88 BW Pro”.
in privé en zakelijk ( [de holding] , [het loonbedrijf] , [het aannemersbedrijf] )” € 2,8 miljoen schuldig te zijn aan [appellant] .
tot zekerheid voor de betaling van al hetgeen de hypotheeknemer blijkens zijn administratie van de hypotheekgevers (…) alsmede van (…) [de holding] , [het loonbedrijf] , [het aannemersbedrijf] (…) te vorderen heeft of mocht krijgen wegens verstrekte of nog te verstrekken geldleningen en/of kredieten in rekening-courant, tegenwoordige en/of toekomstige borgstellingen, dan wel uit welken andere hoofde ook”.
tweede griefkomt [appellant] op tegen het oordeel van de rechtbank dat sprake is van een schenkingsovereenkomst. Volgens hem is van een vrijblijvende schenking geen sprake. [appellant] had aanzienlijke vorderingen op de vennootschappen waarvan [geïntimeerden] bestuurder of echtgenote van een bestuurder waren. Om de vennootschappen lucht te geven, heeft [appellant] afgezien van de directe betalingen door die vennootschappen, maar wel onder de voorwaarde dat [geïntimeerden] de schuldbekentenissen ook in privé tekenden.
ten titel van ………. als in de bijlage gespecificeerd en gedocumenteerd weergegeven en voor het overige aan partijen genoegzaam bekend is (productie 1) – hierna ook te noemen: de vordering”.
Beslissing
- veroordeelt [geïntimeerden] tot betaling van € 2.803.698,63 vermeerderd met de contractuele rente ad 3,5% per jaar vanaf 20 juli 2007 en verminderd met de betaling van € 40.002,67 d.d. 29 september 2011;
- wijst de reconventionele vorderingen van [geïntimeerden] af;
- veroordeelt [geïntimeerden] in de kosten van de procedure, aan de zijde van [appellant] voor het hoger beroep tot op heden begroot op € 102,68 aan kosten voor het exploot, € 299,- aan griffierecht en € 18.320,- aan kosten voor de advocaat