Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Arrest van 22 december 2015
[appellant] ,
[geïntimeerde] ,
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
- Het herstellen van de hemelwaterafvoer
- Het schoonmaken van het dak van de bergruimte
Gerechtshof Den Haag
In deze zaak stond een geschil centraal tussen huurder en verhuurder over gebreken aan een winkelruimte en de daaruit voortvloeiende huurprijsvermindering en schadevergoeding. De huurder stelde dat lekkages, stank- en schimmeloverlast het huurgenot ernstig hadden verminderd, waardoor hij de huur deels opschortte. De verhuurder betwistte dit en stelde dat gebreken tijdig waren verholpen.
De rechtbank had de vorderingen van de huurder afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van de gebreken. In hoger beroep werd vastgesteld dat de verhuurder bekend was met lekkages in 2011 en 2012 en deze had laten repareren. De huurder had echter niet voldoende aangetoond dat de gebreken niet adequaat waren verholpen of dat hij de verhuurder tijdig en duidelijk had geïnformeerd over de opschorting. De schimmelvorming werd toegerekend aan onvoldoende ventilatie door de huurder zelf.
Het hof oordeelde dat de huurvermindering slechts gerechtvaardigd was voor de periode eind januari tot eind februari 2013, waarin de standleidinglekkage nog niet was hersteld. Voor die maand werd een huurprijsvermindering van €300 toegewezen. De overige vorderingen, waaronder schadevergoeding, werden afgewezen. Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter, vernietigde het vonnis voor zover de huurprijsvermindering was afgewezen en bepaalde dat de huurder het bedrag mocht verrekenen met de huurachterstand.
Uitkomst: Huurprijsvermindering van €300 voor februari 2013 toegewezen, overige vorderingen afgewezen en vonnis kantonrechter grotendeels bekrachtigd.