ECLI:NL:GHDHA:2015:3425
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- J.J.I. Verburg
- M. Flipse
- W.E. Merens
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging faillissementsvonnis wegens toestand van niet-betaling
De rechtbank Rotterdam heeft appellant in staat van faillissement verklaard wegens het niet-betalen van opeisbare vorderingen. Appellant kwam in hoger beroep tegen dit vonnis en betwistte het bestaan van de hoofd- en steunvorderingen en dat hij opgehouden zou zijn te betalen.
Het hof heeft het dossier en de standpunten van partijen en curator beoordeeld. Het hof oordeelt dat het vorderingsrecht van geïntimeerde summierlijk is komen vast te staan, mede op basis van een eerder tussenvonnis waarin verrekening zonder instemming van geïntimeerde werd afgewezen. Daarnaast zijn steunvorderingen, zoals die van de Belastingdienst en een andere schuldeiser, eveneens summierlijk vastgesteld.
Gezien het bewijs en de omstandigheden is het hof van oordeel dat appellant verkeert in de toestand van niet-betaling en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank. Het faillissement blijft daarmee in stand.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het faillissementsvonnis van de rechtbank Rotterdam wegens summierlijk gebleken toestand van niet-betaling.