Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 3 november 2015
IT-Staffing Nederland B.V.,
de Staat der Nederlanden(Ministerie van Infrastructuur en Milieu),
Between B.V.,
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
De gegadigde met de hoogste score voor het selectiecriteriumMatchkrijgt 350 punten
Voor de overige gegadigden wordt het aantal punten als volgt berekend:
“(…)
“Wat is de beweegreden voor de aanbestedende dienst om de groep geselecteerden vast te stellen aan de hand van de hoogste puntenscore (5 ondernemers) en daarnaast te loten onder de groep van ondernemers met een lagere puntenscore (5 ondernemers) nu dit kan leiden tot het feit dat een ondernemer met een (zeer) lage puntenscore toch wordt geselecteerd nu deze wellicht niet volledig en optimaal aansluit op de selectiecriteria zoals door de aanbestedende dienst gesteld?”
grieven 1 tot en met 6komen op tegen de verschillende overwegingen van de voorzieningenrechter met betrekking tot de vraag of IT-Staffing haar recht om te klagen over de aanbestedingsprocedure heeft verwerkt. IT-Staffing betoogt dat de voorzieningenrechter een onjuiste toepassing heeft gegeven aan de zogenaamde Grossmann-jurisprudentie en het bepaalde in paragraaf 4.3.4 van het Selectiedocument. De
grieven 7 en 8zijn gericht tegen het oordeel van de voorzieningenrechter met betrekking tot de vraag of de selectiebeslissing voldoende is gemotiveerd. De
grieven 9, 10 en 11zijn gericht tegen de afwijzing van de vorderingen en de beslissing over de proceskosten.
Beslissing
- bekrachtigt het tussen partijen gewezen vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Den Haag van 9 maart 2015;
- wijst af het in hoger beroep meer of anders gevorderde;