Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Arrest van 27 oktober 2015
Het verloop van het geding
Beoordeling van het hoger beroep
“Vriendenkringen op het gebied van cultuur, fanclubs en overige kunstbevordering”.HG verspreidt onder haar leden diverse publicaties, zoals magazines, (elektronische) nieuwsbrieven en folders, die (vrijwel) geheel in het teken staan van Kuifje.
nietonder de overeenkomst van 1942 valt.
In de bodemprocedure (zie ook onder 2.7) had HG deze stellingen reeds opgeworpen in haar memorie van antwoord van 16 december 2014 en zij had deze nader uitgewerkt in haar akte van 27 januari 2015. Moulinsart had in de bodemprocedure dus voldoende tijd om tijdens het pleidooi op 16 april 2015 daarop te reageren, maar zij heeft – hoewel zij onderkende dat over deze kwestie wel door het hof moest worden beslist in verband met een beroep op dwaling door HG – er voor gekozen om de desbetreffende stellingen niet, of niet voldoende gemotiveerd te betwisten. Moulinsart gaf aan de auteursrechtelijke discussie buiten de bodemprocedure te willen houden. Dat is dus een bewuste keuze geweest.
Dat sprake is van een bewuste keuze wordt eens te meer duidelijk nu blijkt dat Moulinsart wel een inhoudelijke reactie had klaarliggen: in haar memorie van grieven van 16 december 2014 in de onderhavige kort geding procedure betoogt Moulinsart dat en waarom zij wel gemachtigd is ter zake van de auteursrechten op de Kuifje-albums (zie hierna onder 17). Dat betoog, dat Moulinsart dus al op 16 december 2014 gereed had, heeft zij niet in de bodemprocedure naar voren gebracht.
Het hof heeft Moulinsart tijdens het pleidooi op 25 juni 2015 in de onderhavige kort geding procedure gevraagd naar de beweegredenen voor deze processtrategie, maar heeft daarop geen duidelijk antwoord gekregen.
Hoe dan ook, het is een bewuste keuze van Moulinsart geweest de desbetreffende stellingen van HG niet, of niet voldoende gemotiveerd te betwisten in de bodemprocedure.
Onder deze omstandigheden heeft Moulinsart, voor zover al gesproken zou kunnen worden van een feitelijke misslag of een wijziging van omstandigheden, dat aan zichzelf te wijten, en is naar het oordeel van het hof geen plaats voor een uitzondering op de afstemmingsregel.
le droit exclusif de publication’ heeft overgedragen van (onder meer) de Kuifje-albums. In deze overeenkomst tussen Hergé en [Z] uit 1942 wordt onder meer bepaald (productie 37 Moulinsart; productie 6 HG):
overdrachtvan rechten (‘
concède’), niet van een licentie. Moulinsart heeft ten pleidooie desgevraagd bevestigd dat het inderdaad om een overdracht gaat. De verklaring van mevrouw [A] van Éditions [Z] S.A. van 25 augustus 2014 (productie 32 Moulinsart) bevestigt dat eveneens. Het hof is in zijn arrest van 26 mei 2015 in de bodemprocedure ook van een overdracht uitgegaan.
in hun geheelte
publicerenen dat de auteursrechten op de albums, daaronder begrepen op de losse onderdelen uit die albums, (naar het hof begrijpt: voor het overige) zijn gebleven bij Hergé, thans in handen van mevrouw [Y] /Moulinsart.
Het had – zeker na de memorie van antwoord van HG en het arrest van dit hof in de bodemprocedure – op de weg van Moulinsart gelegen een dergelijke verklaring in het geding te brengen. De eerdergenoemde verklaring van mevrouw [A] van Éditions [Z] S.A. zwijgt hierover. Het als productie 50 van Moulinsart overgelegde persbericht, en een krantenartikel waarin navraag zou zijn gedaan bij [Z] (productie 39 Moulinsart) volstaan niet; dat zijn geen uitingen waarin [Z] zelf en ten behoeve van deze procedure verklaart. Voor zover Moulinsart heeft aangeboden nadere stukken over te leggen (vgl. memorie van grieven onder 5 en 93), overweegt het hof dat Moulinsart dergelijke stukken eigener beweging in het geding had moeten brengen. Het hof ziet geen aanleiding Moulinsart daartoe alsnog in de gelegenheid te stellen.
extraillustraties of
aanvullendetekst of commentaar dat niet voorkomt in de Kuifje-albums. Ook heeft HG gewezen op een publicatie (‘Kuifje, een Brussels Ketje’) waarin losse afbeeldingen uit de Kuifje-albums worden gebruikt, terwijl de copyright-vermelding alleen [Z] vermeldt (productie 8C van HG). Dit alles duidt er op, aldus HG, dat (ook Moulinsart en [Z] er van uitgaan dat) mevrouw [Y] niet de auteursrechten heeft ter zake van de losse onderdelen van de Kuifje-albums, en dat Moulinsart ter zake dus niet gemachtigd is om op te treden tegen inbreuk. Moulinsart heeft dit een en ander niet, althans niet voldoende gemotiveerd betwist.
HG heeft ten pleidooie voorts, onder verwijzing naar
Duizend Bommen!42, p. 12 e.v. (productie 7 Moulinsart), gesteld dat andere, buitenlandse uitgevers aan
[Z](en dus niet aan Moulinsart) toestemming vragen voor publicatie van Kuifje-albums in hun land, hetgeen er volgens HG op duidt dat [Z] ter zake exploitatierechten heeft. Moulinsart heeft dit niet, althans niet voldoende gemotiveerd betwist.
Ten slotte heeft Moulinsart onder verwijzing naar een internetpublicatie nog gewezen op een arrest van het Hof van Beroep te Brussel van 12 juni 2014, dat zij evenwel niet heeft overgelegd. Hoe dan ook, blijkens dat arrest lijkt de vraag wie precies welke rechten op het oeuvre Hergé heeft, in die zaak niet aan de orde te zijn geweest. Overigens blijkt uit dat arrest wel dat Moulinsart in die zaak werd bijgestaan door de heer A. Berenboom, op wiens legal opinion (productie 38 van Moulinsart) Moulinsart zich in deze zaak beroept zonder te vermelden dat hij als advocaat voor haar optreedt.
Duizend Bommen!44, p. 25, afbeelding 5a, die volgens de bronvermelding is overgenomen uit ‘Quick et Flupke’ (productie 40 Moulinsart).
Naar Moulinsart onbetwist heeft gesteld, geeft HG jaarlijks 17 à 18 publicaties uit, te weten
Duizend Bommen!(drie afleveringen per jaar),
Sapristi!!(tenminste vier afleveringen van jaar),
Potverpillep@p(tenminste tien afleveringen van jaar),
Sapperloot(een per twee jaar) en andere uitgaven zoals folders, uitnodigingen, enz. Op basis van daarvan en de onder 30 genoemde lijst kan worden aangenomen dat HG jaarlijks zo’n 50 à 60 afbeeldingen overneemt uit het (te dezen relevante) oeuvre van dezelfde auteur, Hergé (in 2014: circa 25 in
Duizend Bommen!,circa 13 in
Sapristi!!en – geëxtrapoleerd naar tien afleveringen – naar schatting circa 20 in
Potverpillep@p; daarbij zijn andere uitgaven zoals folders, uitnodigingen, enz. niet meegerekend). Dat doet zij structureel, ieder jaar. Naar voorlopig oordeel van het hof kan onder die omstandigheden niet worden gezegd dat dit citeren – zo daarvan sprake is – in overeenstemming is met hetgeen naar de regels van het maatschappelijk verkeer redelijkerwijs geoorloofd is, zoals artikel 15a Auteurswet vereist. Evenmin kan worden gezegd dat dit citeren naar billijkheid geschiedt, zoals artikel 5 lid 3 sub d van Pro Richtlijn 2001/29/EG (de Auteursrechtrichtlijn) vereist. De vraag of de afbeeldingen ieder afzonderlijk een toegelaten citaat zijn, kan derhalve in het midden blijven. Ook indien dat het geval zou zijn, brengt het structurele en te omvangrijke karakter van het citeren immers mee dat niet kan worden gezegd dat aan bovengenoemde vereisten is voldaan.
Sapristi!!en
Potverpillep@p) zijn opgenomen en die HG heeft overgenomen van websites van derden, zoals Moulinsart zelf, die dezelfde functie vervullen als de in artikel 15 Auteurswet Pro genoemde media. Dit betoog faalt. Deze exceptie heeft, waar het overnames uit gedrukte media en daarmee gelijk te stellen websites betreft, geen betrekking op beeldmateriaal.
Naar voorlopig oordeel van het hof faalt dit betoog. Het gaat in casu niet om publicaties van algemeen maatschappelijk belang. Daarnaast heeft HG wel degelijk de mogelijkheid om te citeren uit het oeuvre Hergé, doch dient zij daarbij de grenzen van hetgeen naar de regels van het maatschappelijk verkeer redelijkerwijs geoorloofd is (en hetgeen billijk is) te respecteren. Die grenzen heeft zij in dit geval – door jaarlijks zo’n 50 à 60 afbeeldingen over te nemen uit het (in casu relevante) oeuvre van Hergé – overschreden. In deze omstandigheden wordt naar voorlopig oordeel van het hof, gelet op het beginsel van proportionaliteit, bij toewijzing van een verbod niet te zeer afbreuk gedaan aan de vrijheid van meningsuiting.
Moulinsart heeft ook een spoedeisend belang bij een dergelijke voorziening die er immers toe strekt een einde te maken aan een voortdurende inbreuk op de auteursrechten op het oeuvre Hergé.
Beslissing
- veroordeelt HG tot terugbetaling aan Moulinsart van hetgeen laatstgenoemde aan haar heeft betaald uit hoofde van het bestreden vonnis voor wat betreft de proceskosten, vermeerderd met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW Pro vanaf de dag van betaling tot aan de dag van terugbetaling;
- verklaart dit arrest tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
- wijst het meer of anders gevorderde af;
- bepaalt de termijn waarbinnen Moulinsart krachtens artikel 1019i Rv een bodemprocedure aanhangig dient te maken op zes maanden na betekening van het onderhavige arrest;