ECLI:NL:GHDHA:2015:2006
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- U.E. Tromp
- J.T. Sanders
- E.M. Vrouwenvelder
- Rechtspraak.nl
Beoordeling naheffingsaanslag omzetbelasting fiscale eenheid directeur-grootaandeelhouder
Belanghebbende, een fiscale eenheid bestaande uit een BV en haar directeur-grootaandeelhouder (dga), maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag omzetbelasting over het vierde kwartaal 2007. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag van €70.014 op, welke door de rechtbank werd verminderd tot €6.488 en de Inspecteur werd veroordeeld tot betaling van proceskosten aan belanghebbende.
In hoger beroep betwistte belanghebbende de terecht opgelegde naheffingsaanslag en verzocht om een integrale proceskostenvergoeding. De Inspecteur stelde dat het bezwaar niet-ontvankelijk was en stelde incidenteel hoger beroep in. Het Hof oordeelde dat het bezwaar ontvankelijk was en verklaarde het incidentele hoger beroep van de Inspecteur ongegrond.
Het Hof bevestigde dat de dga als ondernemer moet worden aangemerkt voor de terbeschikkingstelling van het pand aan de BV, waardoor omzetbelasting over het privégebruik verschuldigd is. Belanghebbende slaagde er niet in aannemelijk te maken dat de dga geen ondernemer was. De naheffingsaanslag werd daarom terecht opgelegd en verminderd tot €6.488.
Het verzoek om een integrale proceskostenvergoeding werd afgewezen omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd. Het Hof veroordeelde geen partij in de proceskosten van het hoger beroep. De uitspraak werd op 6 februari 2015 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De naheffingsaanslag omzetbelasting wordt verminderd tot €6.488 en het incidentele hoger beroep van de Inspecteur wordt ongegrond verklaard.