ECLI:NL:GHDHA:2014:4675
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- Kamminga
- Stollenwerck
- Mulder
- Rechtspraak.nl
Vernietiging echtscheidingsconvenant wegens dwaling en nieuwe verdeling gemeenschap van goederen
Partijen zijn gehuwd onder huwelijkse voorwaarden met uitsluiting van gemeenschap en een periodiek verrekenbeding. Na echtscheiding ontstond een geschil over de verdeling van de beperkte gemeenschap van goederen, met name over de vergoeding van een investering van de vrouw van €110.000,- in de voormalige echtelijke woning.
De man stelde dat hij door dwaling en misbruik van omstandigheden benadeeld was omdat de schuld verkeerd was toegerekend en dat de notaris hem niet correct had geïnformeerd. Het hof oordeelde dat de aanvullende akte van 1 april 2008 geen rechtsgeldige huwelijkse voorwaarden bevatte en dat er sprake was van dwaling door beide partijen over de omvang van de vergoedingsvordering.
Het hof vernietigde artikel 3 van Pro het echtscheidingsconvenant en bepaalde dat de vrouw aan de man een bedrag van €20.358,20 moet betalen, alsmede de terugbetaling van €4.335,12 pensioenrechten. De kosten van het geding werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof vernietigt artikel 3 van het echtscheidingsconvenant wegens dwaling en bepaalt een nieuwe financiële afwikkeling waarbij de vrouw €20.358,20 en €4.335,12 aan de man moet betalen.