ECLI:NL:GHDHA:2013:BZ4353
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- A.V. van den Berg
- H.J.H. van Meegen
- E.M. Dousma-Valk
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging vonnis inzake telefoniecontract en cessie vordering Intrum Justitia
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of appellant aansprakelijk was voor onbetaalde abonnementsgelden en gebruikskosten van drie telefoonaansluitingen waarvoor hij in 2007 contracten met Vodafone had afgesloten. Intrum Justitia had de vordering op appellant verkregen via een rechtsgeldige cessie van Vodafone.
Appellant voerde aan dat hij ten onrechte aansprakelijk werd gehouden voor een contract dat in 2009 door een ander op naam van zijn bedrijf was afgesloten zonder zijn bevoegdheid. Het hof oordeelde echter dat deze 2009-contracten niet relevant waren voor de vordering, die betrekking had op de contracten uit 2007.
Het hof stelde vast dat appellant ondanks de gelegenheid daartoe geen feiten of omstandigheden had gesteld die de rechtsgeldigheid van de cessie of de vordering konden betwisten. De grieven van appellant faalden daarom en het hof bekrachtigde het bestreden vonnis. Tevens werd appellant veroordeeld in de proceskosten, die uitvoerbaar bij voorraad werden verklaard.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en veroordeelt appellant in de proceskosten.