Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.Het geding
2.De vaststaande feiten
Bespreking van de grieven II in het principale hoger beroep en I in het incidentele hoger beroep
Gerechtshof Den Haag
Appellant kwam in hoger beroep tegen vonnissen van de kantonrechter inzake zijn ontslag bij stichting Zadkine. Het geschil betrof de toepassing van het diensttijdcriterium en de wijze van selectie van werknemers voor ontslag binnen de reorganisatie van het opleidingencentrum Educatie, waaronder het onderdeel VAVO.
Het hof oordeelde dat de werkgever terecht onderscheid maakte tussen beroepscategorieën en dat de toepassing van het afspiegelingsprincipe binnen de VAVO-docenten als groep juist was, ondanks het ontbreken van verdere functiegroepen binnen deze categorie. De werkgever had voldoende feitelijke gegevens verstrekt ter onderbouwing van de ontslagkeuze en het ontslag was niet op valse gronden gegeven.
Voorts werd geoordeeld dat de economische noodzaak van de reorganisatie voldoende aannemelijk was gemaakt, mede door de instemming van de centrales van overheids- en onderwijspersoneel. De vorderingen van appellant werden afgewezen, en hij werd veroordeeld tot terugbetaling van een bedrag van €40.000, vermeerderd met wettelijke rente, alsmede in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof wijst de vorderingen van appellant af en bevestigt dat het ontslag niet kennelijk onredelijk is.