ECLI:NL:GHARN:2012:BY4684
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toekenning immateriële schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn in bezwaarfase belastingaanslag
Belanghebbende kreeg over het jaar 2003 een belastingaanslag opgelegd met een vergrijpboete en heffingsrente. Na bezwaar en beroep bij de rechtbank werd de aanslag verminderd, maar het geschil bleef voortbestaan. Het gerechtshof vernietigde de uitspraak van de rechtbank en stelde de aanslag opnieuw vast. De Hoge Raad vernietigde vervolgens het hofarrest voor zover het ging om immateriële schadevergoeding en verwees de zaak terug naar het Gerechtshof Arnhem.
Het geschil betrof uitsluitend de overschrijding van de redelijke termijn in de bezwaarfase en de hoogte van de immateriële schadevergoeding. Het hof stelde vast dat de bezwaarfase ruim anderhalf jaar duurde, terwijl de redelijke termijn één jaar bedraagt, waardoor de termijn met bijna anderhalf jaar werd overschreden.
Op basis van jurisprudentie van de Hoge Raad werd de schadevergoeding berekend op €500 per halfjaar overschrijding, afgerond naar boven, wat resulteerde in een vergoeding van €1.500. Het hof veroordeelde de Inspecteur tot betaling van deze immateriële schadevergoeding. Proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De Inspecteur wordt veroordeeld tot betaling van €1.500 immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn in de bezwaarfase.