ECLI:NL:GHARN:2012:BX1582
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging terbeschikkingstelling wegens laag recidiverisico en proportionaliteit
Het gerechtshof Arnhem heeft op 2 juli 2012 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen de afwijzing van de verlenging van de terbeschikkingstelling van betrokkene, die lijdt aan schizofrenie en een autistiforme stoornis. Betrokkene had een ernstig delict gepleegd waarbij het slachtoffer werd geduwd, wat kwalificeert als een misdrijf tegen de onaantastbaarheid van het lichaam volgens artikel 38e Wetboek van Strafrecht.
De terbeschikkingstelling was opgelegd na een veroordeling voor belaging en liep sinds 9 januari 2006. Diverse gedragskundige rapportages en adviezen van de kliniek wezen op een laag recidiverisico bij voortzetting van antipsychotische medicatie binnen een gestructureerde omgeving. Betrokkene had zich ingezet voor behandeling en resocialisatie, met medicatietrouw en positieve ontwikkelingen.
De officier van justitie had verlenging van de terbeschikkingstelling gevorderd, stellende dat beëindiging onvoldoende bescherming van de maatschappij zou bieden. De raadsman betoogde dat de terbeschikkingstelling gemaximeerd zou moeten zijn en dat het gevaar voor herhaling afwezig was.
Het hof oordeelde dat het duwen van het slachtoffer een niet-gemaximeerde terbeschikkingstelling rechtvaardigt, maar dat gezien het huidige lage recidiverisico en de rechtsbeginselen van proportionaliteit en subsidiariteit, beëindiging van de maatregel passend is. De vordering tot verlenging werd afgewezen en de beslissing van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: De terbeschikkingstelling van betrokkene wordt beëindigd vanwege laag recidiverisico en het ontbreken van noodzaak tot verlenging.