ECLI:NL:GHARN:2012:BW6248
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over BPM-heffing en tegenbewijsregeling bij parallelimport auto’s
Belanghebbende, een parallelimporteur van exclusieve auto’s, had BPM betaald over 56 auto’s voor verschillende tijdvakken in 2004. Na bezwaar en een eerdere uitspraak van de rechtbank, stelde belanghebbende hoger beroep in tegen de door de Inspecteur gehanteerde BPM-berekeningen, waarbij de Inspecteur de forfaitaire afschrijvingstabel toepaste en taxatierapporten van belanghebbende terzijde schoof.
Het Hof oordeelde dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat zij onrechtmatig was beperkt in haar vrijheid om de BPM naar eigen inzicht aan te geven. Ook verwierp het Hof de stelling dat de auto’s als gebruikt moesten worden aangemerkt voor toepassing van de tegenbewijsregeling, behalve voor enkele auto’s met hogere kilometerstanden en andere kenmerken.
De taxatierapporten van belanghebbende werden niet gevolgd vanwege onvoldoende onderbouwing en het Hof bevestigde dat de BPM terecht was berekend op basis van nieuwe auto’s als referentie. Het Hof stelde vast dat belanghebbende voor enkele tijdvakken te veel BPM had betaald en bepaalde de teruggaafbedragen. Tevens werd de Inspecteur veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende.
De uitspraak bevestigt de toepassing van de forfaitaire afschrijvingstabel en het gebruik van nieuwe auto’s als referentie bij BPM-heffing, met beperkte ruimte voor afwijking via de tegenbewijsregeling.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard voor enkele tijdvakken waarbij te veel BPM is betaald, overige beslissingen worden bevestigd en de Inspecteur wordt veroordeeld in de proceskosten.