ECLI:NL:GHARN:2012:BV9128
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Navorderingsaanslag successierecht niet tijdig opgelegd wegens onjuiste adressering
Belanghebbende kreeg in 2010 een navorderingsaanslag successierecht opgelegd wegens niet eerder aangegeven buitenlands vermogen uit een nalatenschap van 1998. De Inspecteur verklaarde het bezwaar van belanghebbende niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding. De Rechtbank vernietigde deze beslissing en de navorderingsaanslag.
In hoger beroep stelde de Inspecteur dat de aanslag tijdig was opgelegd en het bezwaar onontvankelijk. Belanghebbende betwistte de juiste toezending van de aanslag, omdat deze naar een oud adres van haar moeder was gestuurd. Het Hof oordeelde dat de Inspecteur aannemelijk had gemaakt dat de aanslag ter post was aangeboden, maar niet dat deze correct was geadresseerd.
Het Hof stelde vast dat belanghebbende meerderjarig was geworden en dat de Inspecteur niet zonder meer mocht aannemen dat correspondentie aan het adres van haar moeder mocht worden verzonden. Door de onjuiste adressering was de aanslag niet tijdig bekendgemaakt en was de bezwaartermijn niet overschreden. De navorderingsaanslag was derhalve niet tijdig opgelegd en het hoger beroep van de Inspecteur ongegrond.
Het incidenteel hoger beroep van belanghebbende over proceskosten werd eveneens ongegrond verklaard, omdat geen sprake was van tegen beter weten in handelen door de Inspecteur. Het Hof bevestigde daarmee de uitspraak van de Rechtbank en veroordeelde de Inspecteur tot een forfaitaire proceskostenvergoeding van € 437.
Uitkomst: De navorderingsaanslag successierecht is niet tijdig opgelegd vanwege onjuiste adressering, waardoor het hoger beroep van de Inspecteur ongegrond is verklaard.